Zaaidiepte aan de TwinTeC-zaaischijf instellen

OPMERKING
De instelling van de zaaidiepte moet aangepast worden aan de gebruiksomstandigheden. De optimale instelling kan alleen tijdens het gebruik op het veld worden bepaald.
  1. Machine oplichten.
  2. Universeel bedieningswerktuig op de instelspindel 2 steken.

De zaaidiepte wordt via twee instelspindels ingesteld. De instelspindels bevinden zich aan de rechter- en linkerkant van de machine.

  1. Om de zaaidiepte aan de linker instelspindel te verkleinen:

    Universeel bedieningswerktuig linksom draaien

of

Om de zaaidiepte te vergroten:

Universeel bedieningswerktuig rechtsom draaien.
  1. Om de zaaidiepte aan de rechter instelspindel te verkleinen:

    Universeel bedieningswerktuig rechtsom draaien

of

Om de zaaidiepte te vergroten:

Universeel bedieningswerktuig linksom draaien.
  1. De schaal 3 dient als oriƫntatie.
  2. Universeel bedieningswerktuig verwijderen. Klink 1 in een groef van het raster laten vastklikken.
  3. Om de instelling te controleren,

    30 m op werksnelheid zaaien en het werkbeeld controleren, zie Zaaidiepte controleren.