Wals monteren

De machine kan met of zonder wals worden gebruikt. Wanneer met wals wordt gewerkt, wordt de machine via de trekstangkoppeling en de wals in de diepte gestuurd. Enkelvoudige walsen worden met een walshouder ingesteld.

VOORWAARDEN

  • Machine is aangekoppeld

  • Machine is horizontaal uitgelijnd

  • Tandenveld is op de geringste werkdiepte ingesteld

BELANGRIJK
Beschadiging door niet correct geplaatste afstandselementen
Wanneer na de demontage van de wals of voor de montage van de wals de afstandselementen niet of niet correct naar binnen of naar buiten worden gedraaid, kan schade aan de machine ontstaan.
Draai de afstandselementen altijd aan beide hydraulische onderstelcilinders naar binnen of naar buiten.
Draai de afstandselementen altijd na de demontage van de wals naar binnen en voor de montage van de wals naar buiten.
Let erop dat na het naar binnen draaien van de afstandselementen de uitsparingen van de afstandselementen altijd volledig tegen de zuigerstangen aanliggen.
  1. Onderstel met de tractorregeleenheid geel 2 in de transportstand neerlaten.
  2. Veerclip 3 uit de voorste pen van de dubbele pen 1 trekken.
  3. Dubbele pen naar beneden trekken en de afstandselementen 2 van de zuigerstang 4 van de hydraulische onderstelcilinder wegdraaien, tot alle afstandselementen zijn weggedraaid.
  4. Dubbele pen weer geheel naar boven schuiven.
  5. Dubbele pen op de voorste pen weer met de veerclip borgen.
  6. Stappen 2 tot 5 op de tweede hydraulische onderstelcilinder herhalen.
  1. Machine met behulp van een assistent achteruit over de geparkeerde wals rijden.
  2. Onderstel met de tractorregeleenheid geel 1 in de werkstand heffen, tot de walshouders tegen de wals aanliggen.
  3. Wals met klembeugels 3 en koppelingen 1 op de walshouders 2 bevestigen.
  4. Onderstel met de tractorregeleenheid geel 2 in de transportstand neerlaten.
  1. Wanneer de wals een enkelvoudige wals met gemonteerde walshouder is:

    Veerclip 2 op de parkeerpoten 3 van de walshouder verwijderen.
  2. Parkeerpoten uit de houder 1 trekken.
  3. Parkeerpoten in de bovenste gaten van de houder in de parkeerstand plaatsen.
  4. Parkeerpen met veerclips borgen.