Bak en doseerunit leegmaken

  1. Kalibratietrog 1 uittrekken.
  1. Om het zaaigoed in de kalibratietrog 1 op te vangen:

    Kalibratietrog met de opening naar boven draaien.
  1. Kalibratietrog 1 inschuiven.
  1. Bodemklephendel 2 in de positie laatste zaad brengen.
  2. Om het zaaigoed in de kalibratietrog te leiden:

    Kalibratiehendel 1 verder dan de grendelstand in eindstand brengen.
  3. Kalibratiehendel terugschuiven en in kalibratiepositie laten vergrendelen.
  1. Beide sluitschuiven 1 aan de doseerunits volledig openen.
  1. Om de bak leeg te maken:

    Bodemklephendel 2 in eindstand brengen.
BELANGRIJK
Gevaar voor machineschade door ingeklemd zaaigoed in de doseerbehuizing
Bodemklephendel langzaam bedienen.
  1. Om het leegmaken te onderbreken:

    Bodemklephendel in de positie laatste zaad brengen.
  2. Om de doseerwielen via de kalibratietoets of de TwinTerminal leeg te maken:

    Zie bedieningshandleiding ISOBUS-software Menu leegmaken.
  1. Om het resterende zaaigoed in de doseerbehuizing 1 te verwijderen:

    Bodemklephendel meerdere keren in beide richtingen bewegen.

Bij correcte instelling van de bodemkleppen bevinden de bouten van de doseerbehuizing zich op een rij.

  1. Als een bout aan de doseerbehuizing van de rij afwijkt,

    dan de instelling van de bodemkleppen corrigeren, zie hoofdstuk Basisinstelling van de bodemkleppen controleren.
  1. Kalibratietrog 1 uittrekken.
  2. Kalibratietrog leegmaken.
  1. Kalibratietrog 1 inschuiven.