ISOBUS configureren
De aangesloten bedieningsterminals worden met nummers geïdentificeerd. Indien meerdere terminals worden gebruikt, moeten de terminals voor machinebediening, de documentatie en de Section Control worden toegekend. Indien slechts één bedieningsterminal is aangesloten, wordt deze bedieningsterminal automatisch toegekend. De nummers kunnen in de instellingen van de bedieningsterminal worden bepaald.
- In het menu Instellingen > Profiel > ISOBUS kiezen.
- Onder Terminal kiezen selecteren.
- Onder Terminal voor de machinebediening de gewenste bedieningsterminal invoeren.
- Onder Terminal voor documentatie en Section Control de gewenste bedieningsterminal invoeren.
OPMERKING
Wanneer voor elk zaaigoed een eigen afgiftepunt nodig is:
MultiBoom activeren
of
Als de bedieningsterminal slechts één Boom ondersteunt,
MultiBoom deactiveren.
OPMERKING
- Onder Bronnen doelwaarde verder met
- Onder Bronnen doelwaarde voor de gewenst doelwaardebronnen het vinkje plaatsen.
