Zaaigoed instellen

  1. In het menu Instellingen > Producten > Zaaigoed kiezen.

Om verschillende zaaigoederen te zaaien, kunnen in de machine 2 verschillende zaaischijven worden gemonteerd. De zaaischijven worden in de software onder Zaaischijf 1 en Zaaischijf 2 toegekend.

  1. Onder Zaaischijf 1 de gemonteerde zaaischijf selecteren

of

In het keuzemenu ... kiezen en een door de gebruiker gedefinieerde zaaischijf invoeren.

Wanneer de gewenste afgifte wordt ingevoerd, berekent de software de legafstand. Wanneer de legafstand wordt ingevoerd, berekent de software de gewenste afgifte.

  1. Onder Gewenste afgifte 1 de gewenste afgifte in korrels per hectare invoeren

of

Onder Legafstand 1 de gewenste afstand van de korrels invoeren.

OPMERKING
Als de gevoeligheid van de optische sensor te hoog wordt gekozen, kunnen bijvoorbeeld stof, zandkorrels of verontreinigingen als zaaigoed worden herkend en een foutieve afgifte tot gevolg hebben.
Als een precisiezaaischijf voor koolzaad wordt gekozen, wordt de gevoeligheid van de optische sensor automatisch op 100% ingesteld.

De volgende waarden worden voor de gevoeligheid van de optische sensor aanbevolen:

Zaaigoed

Gevoeligheid

Koolzaad

100 %

Sorghum

≤ 90 %

Sojabonen

≤ 90 %

Akkerbonen

≤ 90 %

Maïs

≤ 90 %

Suikerbiet

≤ 90 %

Zonnebloem

≤ 90 %

Pompoen

≤ 90 %

  1. Als de vooringestelde waarden niet het gewenste resultaat hebben:

    Gevoeligheid van de optische sensor instellen.
OPMERKING
Als de signaalversterking van de optische sensor te hoog wordt gekozen, kunnen bijvoorbeeld stof, zandkorrels of verontreinigingen als zaaigoed worden herkend en een foutieve afgifte tot gevolg hebben.

Bij toenemende vervuiling kan de versterking stapsgewijs worden verhoogd:

  • Uit

  • Laag

  • Gemiddeld

  • Hoog

  • Maximaal

De volgende waarden worden voor de signaalversterking van de optische sensor aanbevolen:

Zaaigoed

Signaalversterking

Koolzaad

Laag

Sorghum

Laag

Sojabonen

Laag

Akkerbonen

Laag

Maïs

Laag

Suikerbiet

Laag

Zonnebloem

Laag

Pompoen

Laag

  1. Menupagina's doorbladeren met .
  1. Signaalversterking van de optische sensor instellen.
  2. Om de inschakeltijd en uitschakeltijd in te stellen:

    Schakeltijden voor Section Control aanpassen

of

Om de schakeltijden te optimaliseren:

kiezen, Schakeltijden optimaliseren.
  1. Menupagina's doorbladeren met .
  1. Onder Zaaischijf 2 de gemonteerde zaaischijf selecteren

of

In het keuzemenu ... kiezen en een door de gebruiker gedefinieerde zaaischijf invoeren.

  1. Onder Gewenste afgifte 2 de gewenste afgifte in korrels per hectare invoeren

of

Onder Legafstand 2 de gewenste afstand van de korrels invoeren.

OPMERKING
Indien 2 gewenste afgiftes worden uitgebracht, wordt in het werkmenu een 2 getoond. De getoonde gewenste afgifte is de gemiddelde waarde van de beide gewenste afgiften.
  1. Als verschillende gewenste afgiftes aan de rijen moeten worden toegewezen:

    Onder Rijtoewijzing van de doelhoeveelheden selecteren.
  2. Gewenste afgifte voor elke rij invoeren.
  3. Menupagina's doorbladeren met .

Sensoren bewaken of nog zaaigoed in de zaaigoedbakken aanwezig is. Als alleen de zaaigoedbakken op de zaaischijven worden gebruikt, kan de melding bij lege zaaigoedbak voor de centrale zaaigoedbak worden uitgeschakeld.

Een lege zaaigoedbak wordt in het werkmenu wel nog altijd weergegeven, ook wanneer de meldingen zijn uitgeschakeld.

  1. Indien moet worden bewaakt of nog zaaigoed in de centrale zaaigoedbak aanwezig is:

    Melding bij lege bak activeren.
  2. Indien moet worden bewaakt of nog zaaigoed in de zaaigoedbakken op de zaaischijven aanwezig is:

    Melding bij lege bak op de rijen activeren.

Als een rijpad wordt aangemaakt, kan in de nevenrijen de gewenste afgifte worden verhoogd.

  1. Onder Zaadhoeveelheidsverhoging in de nevenrijen de procentuele extra hoeveelheid invoeren.
  2. Om het Central Seed Supply-systeem in te stellen:

    Central Seed Supply-automaat instellen.
  3. Menupagina's doorbladeren met .

De korrelbewaking wordt in het werkmenu met staafdiagrammen weergegeven. De staafdiagrammen tonen de afwijking van de gewenste afgifte. De weergavezone van de staafdiagramman komt overeen met een ingestelde procentuele waarde van de gewenste afgifte.

Als een precisiezaaischijf voor koolzaad wordt gekozen, worden de het Weergavebereik staafdiagrammen en Alarmgrens actuele afgifte automatisch op 20% ingesteld.

Als een precisiezaaischijf voor pompoen wordt gekozen, worden de het Weergavebereik staafdiagrammen en Alarmgrens actuele afgifte handmatig op 30% ingesteld.

  1. Onder Weergavezone staafdiagrammen de procentuele waarde invoeren.
  2. Om te bepalen bij welke afwijking van de gewenste afgifte een alarm moet worden gegeven:

    Onder Alarmgrens actuele zaaihoeveelheid de afwijking van de gewenste afgifte in procenten opgeven.