Rijpadenteller gebruiken

Om rijpaden aan te maken, worden individuele deelbreedten uitgeschakeld. In welk ritme de rijpaden worden aangemaakt, wordt in de configuratie van de rijpadenschakeling vastgelegd. De teller 2 toont de actuele AB-lijn van een GPS-rijpad. De teller 3 toont de actuele overtocht.

OPMERKING
Zodra het symbool automatisch 1 wort verborgen, is de automatische doorschakeling buiten werking.
Als een rijpad wordt herkend, geeft de bedieningsterminal een terugmelding via een drievoudig akoestisch signaal.

VOORWAARDEN

  • Rijpadenschakeling geactiveerd

  • Rijpadenschakeling geconfigureerd

  • Om de rijpadenteller op 0 te zetten:

    Kies .
  • Als de waarde van de rijpadenteller niet correct is:

    met of de rijpadenteller corrigeren.
  • Om de rijpadenteller te pauzeren:

    Kies .

De rijpadenteller wordt geel.

  • Om de rijpadenteller te starten:

    Opnieuw kiezen.