Rijpadenschakeling configureren

  1. In het menu Instellingen > Machine > Rijpad kiezen.
  1. Als een rijpad moet worden aangemaakt:

    Onder Rijpad een kiezen

of

Als een rijpad met een rijpadmarkering moet worden aangemaakt,

Rijpadmarkering kiezen

of

Als een rijpad met een verschuifrijpad moet worden aangemaakt,

Verschuifrijpad kiezen.

  1. Rijpadenverdeling leren kiezen.
  1. Werkbreedte en Spoorbreedte van de machine invoeren.
  2. Verder met
  1. Bandbreedte van de machine en Afstand tot planten invoeren.
  2. Verder met
OPMERKING
Als richtwaarde de halve rijafstand voor de onderlappende 1 of overlappende 2 afstand gebruiken.
  1. Als de afstand tussen verzorgingsapparaat en veldrand niet 0 is:

    Overlappende afstand van de verzorgingsmachine invoeren

of

onderlappende afstand van de verzorgingsmachine invoeren.

  1. Gewenste veldrand kiezen.
  2. Gewenste machinebreedte kiezen.
  3. Verder met

Configuratie succesvol geeft aan, dat een rijpadenverdeling is berekend.

Indien geen passende configuratie kan worden berekend, de procedure herhalen. De laatste succesvolle configuratie wordt vastgehouden.

Bij het wisselen van machine zijn voor het gebruik van het verschuifrijpad of de rijpadmarkeringen aanpassingen aan de machine nodig.

  1. Wanneer de rijpadenverdeling niet de gewenste zaaischijven bedient:

    getoonde zaaischijven 1 met de verschuifcilinder verbinden

of

getoonde zaaischijven 2 met de hefcilinder verbinden.

  1. Wanneer de handmatige rijpadenschakeling geactiveerd moet worden:

    Onder Handmatig rijpad het vinkje plaatsen.
  2. Instellingen handmatige rijpaden kiezen.
  3. Verder met
  1. Overtochten tot herhaling invoeren.
  2. Onder Overtocht kiezen de overtocht invoeren, waarbij het rijpad wordt geactiveerd.
  3. Onder Rijen kiezen de rijen invoeren.

Afhankelijk van de configuratie worden de gekozen rijen de het rijpad gedeactiveerd, opgetild of verschoven.

OPMERKING
Om het GPS-signaal te kunnen kiezen, moet in de bedieningsterminal een GPS-ontvanger en een leidspoor zijn ingesteld.

Afhankelijk van de configuratie van de machine kan het signaal voor de rijpadenteller van verschillende bronnen komen:

  • Werkstand: wanneer de zaaimachine in de werkstand wordt gebracht, telt de rijpadenteller een rijpad verder.

  • ISOBUS: wanneer het tractorhefwerk in de werkstand wordt gebracht, telt de rijpadenteller een rijpad verder.

  • GPS: wanneer de machine in het volgende spoor rijdt, telt de rijpadenteller een rijpad verder.

  1. Onder Bron voor verder schakelen de bron voor de rijpadenteller kiezen.
  1. volgende pagina oproepen met .

Om de voorkomen dat de rijpadenteller een rijpad verder telt als het gekozen signaal van de bron kort is, de signaalduur voor de bron aanpassen.

  1. Onder Tijd voor verder schakelen de signaalduur voor de bron instellen.
OPMERKING
De automatische zaaihoeveelheidsverhoging in de nevenrijen heeft alleen invloed op rijen binnen de actuele overtocht. Met naast een rijpad liggende rijen in de volgende rit wordt geen rekening gehouden.
  1. Om de gewenste afgifte van het zaaigoed voor de rijen naast de rijpaden te verhogen:

    Onder Zaaihoeveelheidsverhoging in de nevenrijen de gewenste procentuele waarde invoeren.