Kalibreren met de ISOBUS-terminal en de TwinTerminal

VOORWAARDEN

  • Turbine is uitgeschakeld

  • Machine staat stil

  1. In het Veldmenu Kalibreren oproepen.
  2. In het menu Kalibreren de gewenste bak kiezen.
  1. Onder Gewenste snelheid de latere werksnelheid invoeren.
OPMERKING
Bij machines met gecombineerde tweepuntige bak moet de doelhoeveelheid per doseerunit niet worden gehalveerd.
  1. Doelhoeveelheid instellen.

Bij machines met doseringen per rij wordt het doseerwielvolume per rij aangegeven.

Bij machines met centrale doseerunits wordt het doseerrolvolume voor alle rijen aangegeven.

  1. Onder Doseerwiel het gewenste doseerwiel selecteren

of

Onder Doseerrol het gewenste doseerrolvolume kiezen

of

in het keuzemenu bovenstaand ... kiezen en een door de gebruiker gedefinieerd doseerwielvolume invoeren.

  1. Verder met .

Met het kalibratietype wordt vastgelegd hoe de kalibratie wordt gestart.

  1. Om de kalibratie met de TwinTerminal voort te zetten:

    Onder Kalibratietype TwinTerminal kiezen.
  2. Verder met .
  1. Instellingen voor de kalibratie controleren.
  2. Als de instellingen correct zijn:

    Invoer met bevestigen en naar stap 15 gaan

of

Als de instellingen niet correct zijn:

Stappen 11 tot 14 uitvoeren.

  1. bedienen.
  1. Op de startpagina van de TwinTerminal of bedienen.

De TwinTerminal schakelt uit.

  1. Om bediening op de ISOBUS-bedieningsterminal te activeren:

    bedienen.
  2. Op de ISOBUS-terminal stappen 1 tot 8 en op de TwinTerminal stappen 9 en 10 opnieuw uitvoeren.
  1. Om de machine voor te bereiden voor het kalibreren:

    Zie gebruiksaanwijzing van de machine.
  1. Om de doseerunit te vullen:

    Voordoseren ingedrukt houden.
  2. Als het voordoseren is afgesloten:

    bedienen.
  3. Kalibratiecontainer leegmaken.
  1. Kalibratiecontainer onder de doseerunit plaatsen.
  2. Als de doseerunit is geopend en een lege kalibratiecontainer is geplaatst:

    bedienen.
  1. Om de kalibratie te starten:

    ingedrukt houden.

Tijdens het kalibreren wordt de theoretisch uitgebrachte hoeveelheid weergegeven.

OPMERKING

Om de kalibratie leeg te maken, kan de kalibratie bij grote doseerhoeveelheden worden gepauzeerd.

Wanneer de hoeveelheid voor een test voldoende is, kan de kalibratie ook voortijdig worden beëindigd.

Zodra verschijnt, kan de kalibratie voortijdig worden beëindigd.

  1. Om de kalibratie te beëindigen:

    bedienen.

Het display schakelt naar het invoermenu.

OPMERKING

De kalibratie wordt automatisch beëindigd, zodra een op de hoogte van de doelhoeveelheid ingedeeld oppervlak is bereikt. Het display schakelt naar het invoermenu.

  1. Om de gewenste positie te kiezen:

    of indrukken.

De gekozen positie wordt door een pijl aangegeven.

  1. Om naar de cijferinvoer te gaan:

    bedienen.

De onderstreepte positie geeft de gekozen getalsinvoer aan.

  1. Om het gewenste getal in te voeren:

    of indrukken.
  2. Om het gewenste getal over te nemen:

    bedienen.
  3. Alle getallen invoeren.
  1. bevestigen, tot is gekozen.
  2. Om de kalibratiefactor over te nemen:

    bedienen.

De nieuwe kalibratiefactor en het procentuele verschil tussen kalibratiehoeveelheid en theoretische hoeveelheid wordt weergegeven.

  1. Als de getoonde procentuele afwijking meer dan 2% bedraagt:

    Waarde overnemen met en de kalibratie voor een optimalisatie herhalen

of

Als de getoonde procentuele afwijking van de hoeveelheid minder dan 2% bedraagt:

Waarde overnemen met

of

Om de waarden van de kalibratie te negeren en een nieuwe kalibratie te starten:

bedienen.
  1. Om na de kalibratie de bediening op de ISOBUS-bedieningsterminal te activeren:

    bedienen.