Rijpadenmarkeerapparaat aan de exacteg inklappen

OPMERKING
Om te zorgen dat het rijpadenmarkeerapparaat in de transportstand kan worden gezet, mag in de bedieningsterminal of in de bedieningscomputer geen rijpad zijn aangemaakt.
  1. Om de rijpadenschakeling te deactiveren:

    Zie bedieningshandleiding ISOBUS-software

of

zie bedieningshandleiding Bedieningscomputer.

  1. Om het rijpadenmarkeerapparaat van de grond te tillen:

    tractorregeleenheid geel 1 bedienen.

Het rijpadenmarkeerapparaat is hydraulisch opgetild en kan in de transportstand worden gebracht.

VOORZICHTIG
Beknellingsgevaar
Zwenk het rijpadenmarkeerapparaat voorzichtig naar de gewenste positie.
  1. Spoorschijfdrager 3 optillen.
  2. De spoorschijfdrager op de transporthouder 1 bevestigen met pennen 2 .