Opbouwzaaimachine aankoppelen

Bij de rotorcultivator KE/KX/KG met eenpijps-walsframe wordt de topstang op een lengte van 620mm ingesteld.
Bij de rotorcultivator KE/KX/KG met tweepijps-walsframe wordt de topstang op een lengte van 680mm ingesteld.
Bij de compacte schijfeg CombiDisc 3000 wordt de topstang op een lengte van 1.015mm ingesteld.
WAARSCHUWING
- Tractor met de gekoppelde grondbewerkingsmachine 1 langzaam onder de opbouwzaaimachine bewegen.
- Veiligheidsbeugel 3 demonteren.
- Grondbewerkingsmachine langzaam optillen.
De opbouwzaaimachine 1 wordt in de vangopeningen 2 van de grondbewerkingsmachine geplaatst.
OPMERKING
- Topstang 1 met de pen 3 monteren.
- Pen met veerclip 2 borgen.
- Hydraulische slangen uit de slanghouder 6 in de geleiding 5 leggen.
- Toevoerleiding van de job-computer via het middenframe naar de interface aan de tractor geleiden.
- Hydraulische slangen en voedingsleiding met de houder 4 bevestigen.
- Topstang op de gewenste lengte instellen.

- Grondbewerkingsmachine met gekoppelde zaaimachine optillen.
- De steunen 1 aan beide zijden uit de machine 2 verwijderen.
- Op alle consoles 1 de veiligheidsbeugel 2 monteren.
Als de zaaimachine over een rijpadenmarkeerapparaat beschikt,
de toevoerleiding van de zaaimachine met de grondbewerkingsmachine 1 verbinden.
- Toevoerleiding 2 van de verlichting en markering aan de achterkant met de grondbewerkingsmachine 1 verbinden.
- Toevoerleiding 1 met de grondbewerkingsmachine 2 verbinden.
