Opbouwzaaimachine parkeren

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijk en dodelijk letsel door kantelen van de machine
Plaats de machine op een vlakke ondergrond met voldoende draagkracht.

Steun 1 voor machines met RoTeC-zaaischijven. Steun 2 voor machines met TwinTeC Special-zaaischijven.

  1. Om de zaaischijfdruk op 0 te zetten:

    Zie hoofdstuk "Zaaischijfdruk hydraulisch instellen"

of

Hoofdstuk "Zaaischijfdruk handmatig instellen".

  1. Om de maximale zaaidiepte aan de TwinTec Special-zaaischijf in te stellen:

    Zie hoofdstuk "Zaaidiepte aan de TwinTec Special-zaaischijf instellen"

of

Om de zaaidiepte 0 aan de RoTeC-zaaischijf in te stellen:

Zie hoofdstuk "Zaaidiepte aan de RoTeC-zaaischijf instellen".
  1. De toevoerleiding 1 van de grondbewerkingsmachine 2 losmaken.
  1. De toevoerleiding 2 van de verlichting en markering aan de achterkant van de grondbewerkingsmachine 1 losmaken.
  1. Als de opbouwzaaimachine over een rijpadenmarkeerapparaat beschikt:

    De toevoerleiding van de opbouwzaaimachine van de grondbewerkingsmachine 1 losmaken.
  1. Aan alle consoles 1 de veiligheidsbeugel 2 demonteren.
  1. Aan beide zijden de steunen 1 aan de machine 2 monteren.
  2. Grondbewerkingsmachine met gekoppelde opbouwzaaimachine neerzetten.
  1. Veerclip 2 demonteren.
  2. Pen 3 demonteren.
  3. Topstang 1 van grondbewerkingsmachine losmaken.
  4. Houder 4 losmaken.
  5. Hydraulische slangen uit de geleiding 5 nemen en in de slanghouder 6 leggen.
  6. Toevoerleiding van de job-computer van het slangpakket losmaken en in de slanghouder leggen.
  7. Toevoerleiding van de job-computer van de tractor losmaken en in de slanghouder leggen.
  1. Grondbewerkingsmachine langzaam neerlaten.

De vangtassen 2 van de grondbewerkingsmachine komen omlaag.

De opbouwzaaimachine 1 staat op de steunen.

  1. Veiligheidsbeugel 3 aan de grondbewerkingsmachine monteren.
  1. Tractor met de gekoppelde grondbewerkingsmachine 1 langzaam vooruit bewegen.