Kluitenruimer instellen

De kluitenruimer maakt het rustig lopen van de zaaiaggregaten mogelijk op bodems met een grove oppervlaktestructuur. De kluitenruimer en de kluitenruimertoppen mogen alleen grove kluiten of stenen opzij opruimen. De kluitenruimertop mag niet dieper werken dan de zaaischijf. Door een volledige aardbeweging door de kluitenruimer of de kluitenruimertop hebben de aandrukrollen te weinig fijne aarde om de zaaivoor te sluiten.

  1. Machine oplichten.
  2. Tractor en machine beveiligen.
  3. Kluitenruimer aan de greep 1 vasthouden.
  4. Veerclip 2 verwijderen.
  5. Instelpen 3 uittrekken.
  6. Kluitenruimer aan de greep in de gewenste positie zetten

of

als de kluitenruimers niet nodig zijn:

kluitenruimers in de bovenste positie vastpennen.

  1. Borgpen in verstelsegment steken.
  2. Borgpen met de veerclip borgen.
  3. Instelling van de kluitenruimer op het veld na een korte rijafstand controleren.
  4. Veerclip 4 verwijderen.
  5. Zaaischijftop 6 vasthouden.
  6. Instelpen 5 uittrekken.
  7. Zaaischijftop in gewenste positie brengen.
OPMERKING

Zaaischijftop niet te laag plaatsen.

  1. Borgpen in verstelsegment steken.
  2. Borgpen met de veerclip borgen.
  3. Om de instelling te controleren:

    30m op werksnelheid rijden en het werkbeeld controleren.