Turbinetoerental met tractorregeleenheid instellen

VOORWAARDEN

  • Zaaigoedbakken zijn gevuld

  • Machine is uitgeklapt

OPMERKING
Afhankelijk van de uitrusting geeft een manometer, een bedieningscomputer of de bedieningsterminal de luchtdruk weer. De opgegeven turbinedrukwaarden zijn richtwaarden. Na een korte rit de korrelafgifte controleren.
Het gebruik van de cycloonafscheider vereist een hoger turbinetoerental. Indien de gewenste turbinedruk niet wordt bereikt, een grotere hydromotor toepassen. Neem voor meer informatie contact op met uw vakwerkplaats.

Zaaigoed

Turbinedruk

Bieten, koolzaad, sorghum of zonnebloemen

35mbar ±5mbar

Maïs, soja of akkerbonen

45mbar ±5mbar

  1. Turbinedruk uit de tabel aflezen
WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijk letsel door wegslingerende turbinedelen
Als de turbine met te hoog toerental wordt gebruikt, kunnen onderdelen afbreken en weggeslingerd worden.
Zorg ervoor dat het turbinetoerental niet boven 5.0001/min stijgt.
  1. Afhankelijk van de uitrusting van de machine:

    Machine uitklappen.
  2. Om de separatieturbine in te schakelen:

    Tractorregeleenheid rood 1 inschakelen.
  3. Om de hydraulische olie voor een optimale regeling van de hydrauliek op te warmen:

    Turbine 5 minuten bij 2.5001/min laten draaien.
  4. Om de zaaischijven met zaaigoedkorrels te bezetten:

    Zie ISOBUS-software > Werken > Precisiezaaischijf bezetten.
  5. Om de turbinedruk te corrigeren:

    oliehoeveelheid op de regeleenheid van de tractor instellen.
  6. Als de cycloonafscheider wordt gebruikt:

    De instelling van de turbine controleren.
  7. Om de turbine te bewaken:

    zie bedieningshandleiding ISOBUS instellen turbinetoerentalbewaking

of

zie bedieningshandleiding bedieningshandleiding instellen turbinetoerentalbewaking

of

Turbinedruk op de manometer aflezen.