Machine inzetten

  1. Machine op het veld laten zakken.
  2. Machine parallel aan de bodem uitlijnen.
  3. Markeurs uitklappen.
  4. Hydraulica van de 3-puntslift op de zweefstand zetten.
  5. Bij machines met cardanasaandrijving:

    Tractoraftakas inschakelen. De tractoraftakas alleen in stationair bedrijf of bij laag tractormotortoerental langzaam inkoppelen.
  6. Met de tractor wegrijden.
OPMERKING

Om afwijkingen in de langsverdeling te verhinderen, moet sterk afremmen en accelereren worden vermeden.

Het toerental van de zaaischijven past zich direct aan op de normale snelheidsverandering.

  1. Na de eerste 30m de zaaidiepte controleren:

    Zaaidiepte controleren
  1. Na de eerste 30m de korrelafstand controleren:

    Korrelafstand controleren