Werkdiepte tanden handmatig instellen

De grondbewerkingsmachine 4 steunt op de draagarmen 2 van de nalopende wals 1. Om de werkdiepte in te stellen, wordt de diepte-instelpen 3 in de gewenste boring geplaatst.

De randen van de diepte-instelpen hebben verschillende afstanden 1. Door het draaien aan de diepte-instelpen 3 wordt een fijnere instelling van de werkdiepte bereikt. Het getal 2 aan de greep geeft informatie over de stand.

Stand

Werkdiepte

1

Vlakke bewerking

2

Gemiddelde bewerking

3

Lage bewerking

4

Heel diepte bewerking

Borgpositie

Werkdiepte

Hoge +

Lage bewerking

Lage -

Vlakke bewerking

  1. Machine-armen op het veld uitklappen.
  2. Machine opheffen.

Diepte-instelpennen 3 liggen niet meer tegen de draagarmen 2.

  1. Tractor en machine beveiligen.
  2. Veerclip 1 verwijderen.
  3. Diepte-instelpen in de gewenste positie 4 plaatsen.
  4. Diepte-instelpennen met de veerclip borgen.
  5. Instelling overnemen voor de tegenoverliggende machinezijde.

Instelling van de buitenste console overnemen.

  1. Veerclip 2 verwijderen.
  2. Instelstang aan de greep 1 uit het verstelsegment 3 trekken.

Borgpositie

Werkdiepte

Hoge +

Lage bewerking

Lage -

Vlakke bewerking

  1. Instelstang 1 in de houder 2 leggen.
  2. Diepte-instelpen in de gewenste positie plaatsen.
  3. Instelling overnemen voor de tegenoverliggende machinezijde.
  4. Om de instelling te controleren,

    30m op werksnelheid werken en het werkbeeld controleren.
  5. Om de instelling van de egalisatiebalk aan te passen,

    zie hoofdstuk Werkdiepte van de egalisatiebalk instellen.
  6. Om de instelling van de zijplaten aan te passen,

    zie hoofdstuk Werkdiepte van de zijplaten instellen.