Opbouwzaaimachine aankoppelen
- Tractor met de gekoppelde grondbewerkingsmachine 1 langzaam onder de opbouwzaaimachine bewegen.
QuickLink-pennen van de opbouwzaaimachine bevinden zich in één lijn met de QuickLink-vangopeningen van de grondbewerkingsmachine.
- Veiligheidsbeugel 3 demonteren.
- Grondbewerkingsmachine langzaam optillen.
De opbouwzaaimachine 1 wordt in de vangopeningen 2 van de grondbewerkingsmachine geplaatst.
- Topstang 1 met de pen 3 monteren.
- Pen met veerclip 2 borgen.
- Hydraulische slangen uit de slanghouder 6 in de geleiding 5 leggen.
- Toevoerleiding van de job-computer in de geleiding leggen.
- Hydraulische slangen en voedingsleiding met de houder 4 bevestigen.

Bij de compacte schijfeg CombiDisc wordt de topstang op een lengte van 840mm ingesteld.
Bij de rotorcultivator KE/KX/KG wordt de topstang op een lengte van 505mm ingesteld.
- Topstang op de gewenste lengte instellen.

- Grondbewerkingsmachine met gekoppelde zaaimachine optillen.
WAARSCHUWING
- De steunen 1 aan beide zijden uit de machine 2 verwijderen.
- Op alle consoles 1 de veiligheidsbeugel 2 monteren.
Als de zaaimachine over een rijpadenmarkeerapparaat beschikt,
de toevoerleiding van de zaaimachine met de grondbewerkingsmachine 1 verbinden.
- De voedingskabel 2 van de verlichting en markering aan de achterkant voor het rijden op de openbare weg met de grondbewerkingsmachine 1 verbinden.
- De voedingskabel 1 voor de bewaking van de grondbewerkingsmachine 2 aansluiten.
