Doseerunit reinigen
Interval
dagelijks
BELANGRIJK
- Turbine uitschakelen.
- Kalibratiecontainer 1 uit de geleidingsrails nemen.
- Kalibratiecontainer 1 in de geleidingsrails plaatsen.
Als de machine over twee injectoren 4 en twee doseerunits 1 beschikt,
het transporttraject 3 met de hendel 2 uitschakelen.
Het zaaigoed van beide doseerunits kan nu in de kalibratiecontainer worden opgevangen.
Om de behuizing van de doseerunit te ontdoen van zaaigoedresten:
kalibratieklep met hendel 1 openen.
- Bouten 3 met de steeksleutel 1 losdraaien.
- Schroeven opzij zwenken.
- Sluitschuif 2 uit de parkeerpositie trekken.
- Sluitschuif 2 in de doseerbehuizing schuiven.
- Steeksleutel in de houder 1 opbergen.
Om de doseerunit en de doseerrol leeg te maken:
Zie bedieningshandleiding ISOBUS-software leegmaken
of
zie bedieningshandleiding Bedieningscomputer.
- Bouten met de steeksleutel 3 losdraaien.
- Steeksleutel in de houder 2 opbergen.
- lagerdeksel 1 draaien.
- lagerdeksel 2 verwijderen.
Als de tank met de sluitschuif afgesloten is,
de doseerrol 1 uit de doseerunit trekken.- Doseerbehuizing en doseerrol reinigen.
Als de doseerbehuizing en de doseerrol zijn gereinigd,
de doseerrol weer monteren.
- Meenemer 4 op het lagerdeksel 1 uitlijnen t.o.v. de aandrijfas.
- Lagerdeksel monteren.
- Bouten met de steeksleutel 3 aantrekken.
- Steeksleutel in de houder 2 opbergen.
- Sluitschuif 1 op de doseerbehuizing plaatsen.
- Schroeven 3 voor de sluitschuif draaien.
- Bouten met de steeksleutel 2 aantrekken.
Als de machine over twee doseerunits beschikt,
de tweede doseerunit ook reinigen.
- Transporttraject 2 met de hendel 1 activeren.
Om de kalibratieklep te sluiten:
hendel 1 bedienen.
- Kalibratiecontainer 1 uit de geleidingsrails nemen.
- Kalibratiecontainer leegmaken.
- Kalibratiecontainer draaien.
- Kalibratiecontainer in de geleidingsrails plaatsen en in de parkeerpositie zetten.
