Werkstandsensoren instellen
De werkstandsensor voor de machine 2 is slechts bij bepaalde uitrustingsvarianten aanwezig.
Als de topstangpen verplaatst moet worden:
De werkstandsensoren met de schroeven 1 in het gatenpatroon 3 verplaatsen.
De instellingen van de werkstandsensoren zijn afhankelijk van de hefhoogte bij het werken op het veld.
- Machine op de gewenste hefhoogte tillen.
De tastarm 6 wordt omlaag gedrukt.
- Kunststofhuls 7 verschuiven naar een vlak punt van de topstang.
Om de veer 5 omlaag te drukken:
de werkstandsensor van het camerasysteem 4 verschuiven.- Werking van de werkstandsensoren controleren via de bedieningsterminal.
