Werkstandsensoren instellen

De werkstandsensor voor de machine 2 is slechts bij bepaalde uitrustingsvarianten aanwezig.

  1. Als de topstangpen verplaatst moet worden:

    De werkstandsensoren met de schroeven 1 in het gatenpatroon 3 verplaatsen.

De instellingen van de werkstandsensoren zijn afhankelijk van de hefhoogte bij het werken op het veld.

  1. Machine op de gewenste hefhoogte tillen.

De tastarm 6 wordt omlaag gedrukt.

  1. Kunststofhuls 7 verschuiven naar een vlak punt van de topstang.
  2. Om de veer 5 omlaag te drukken:

    de werkstandsensor van het camerasysteem 4 verschuiven.
  3. Werking van de werkstandsensoren controleren via de bedieningsterminal.