Machine bereikt niet de gewenste werkdiepte:
Bodem is te hard.
- Dwarsvoren aan de veldeinden trekken.
Werkdiepte is verkeerd ingesteld.
- Werkdiepte instellen.
Ploeglichamen zijn versleten.
- Ploeglichaam vervangen.
Verkeerd ploeglichaam gebruikt.
- Wisselpunt gebruiken.
Schijfkouter is te diep ingesteld.
- Schijfkouter vlakker instellen.
Ingrijphoek is te vlak ingesteld.
Niet bij alle ploeglichamen mogelijk
- Machine op een horizontale ondergrond op de werkpositie zetten.
- Machine zover uit de werkpositie optillen dat de ploeglichamen een beetje worden opgetild van de grond.
- Schroeven 1 van de onderste ploeglichamen losmaken.
- Ingrijphoek van de ploeglichamen indien gewenst steiler instellen met de schroeven 2.
OPMERKING
Hoe steiler de ploeglichamen, des te beter is het ingrijpgedrag en des te hoger is de benodigde trekkracht en de slijtage.
- Controleer of alle ploeglichamen dezelfde afstand tot het ploegframe hebben.
- Draai de schroeven 1 aan met een koppel van 580Nm.
- Stel na het keren de ploeglichamen van de andere zijde even steil in.
