Afgifte starten

VOORWAARDEN

  1. Kies Werken in het hoofdmenu.
  2. Ingestelde werkbreedte en ingesteld strooibereik controleren.
  3. Wanneer de werkbreedte en het strooibereik niet zijn zoals gewenst:

    , werkbreedte en , strooibereik instellen, Werkbreedte en strooibereik instellen.
  4. Strooischijfaandrijving starten.
  5. Starten van de strooischijfaandrijving bevestigen.
  6. Strooigoeddosering starten.
  7. Wanneer vochtig zout moet worden uitgebracht:

    Pekeldosering inschakelen.
  8. Wegrijden.

Afgifte start.

Wanneer in het menu Snelheid, Bron van het snelheidssignaal instellen, onder Bron een snelheidssignaal van ISOBUS is gekozen, wordt de dosering van de strooigoedhoeveelheid vanaf 0 km/h afhankelijk van de werkelijk gereden snelheid geregeld.

Wanneer in het menu Snelheid, Bron van het snelheidssignaal instellen, onder Bron de speciale uitrusting Gesimuleerd is gekozen, wordt de dosering van de strooigoedhoeveelheid afhankelijk van de snelheid geregeld, die onder Gesimuleerde snelheid is ingesteld.

Wanneer in het menu Wegrijhelling, Wegrijhelling configureren, de wegrijhelling is geactiveerd en geconfigureerd, wordt de dosering van de strooigoedhoeveelheid afhankelijk van de waarden geregeld, die onder Vooringestelde snelheid, Hellingstartsnelheid en Duur wegrijhelling zijn ingevoerd. De dosering begint vanaf de hellingstartsnelheid en wordt tot het bereiken van de ingestelde duur afhankelijk van de ingevoerde vooringestelde snelheid geregeld.

  1. , gewenste zaaihoeveelheid verhogen of verminderen, Gewenste zaaihoeveelheid wijzigen.
  2. Strooigoedhoeveelheid verdubbelen.
  3. , werkbreedte en , strooibereik veranderen.
  4. stoppen.