Randspuitdoppen inschakelen en uitschakelen

OPMERKING
Wanneer de machine is uitgevoerd met afzonderlijke spuitdopschakeling, moeten de randspuitdoppen op de ISOBUS-bedieningsterminal worden geconfigureerd. Zie bedieningshandleiding van de ISOBUS-software:
  • AmaSelect: hoofdstuk Instellingen > Profiel > AmaSelect configureren > Randspuitdoplichaam.

  • AmaSwitch: hoofdstuk Instellingen > Profiel > Deelbreedteschakeling configureren.

De randspuitdoppen worden via de ISOBUS-bedieningsterminal of bij overeenkomstige toetsindeling door de AmaPilot+ aangestuurd.

Met de schakeling voor de grensspuitdoppen wordt de laatste spuitdop uitgeschakeld en de extra randspuitdop ingeschakeld.

  • Om de grensspuitdop links of rechts in of uit te schakelen:

    of kiezen.

Met de schakeling voor de eindspuitdop worden bij de waterkant maximaal drie van de buitenste spuitdoppen uitgeschakeld.

  • Om de eindspuitdoppen links of rechts in of uit te schakelen:

    of kiezen.

Met de extra-spuitdopschakeling wordt een extra spuitdop aan de buitenkant ingeschakeld. Daarvoor wordt de werkbreedte vergroot met 1m.

  • Om de extra spuitdop links of rechts in of uit te schakelen:

    of kiezen.