Spuitvloeistoftank en spoelwatertank vullen via de drukaansluiting

BELANGRIJK
Schade aan de machine door te hoge waterdruk
Houd een maximale waterdruk van 8bar aan.

Wanneer de vulcapaciteit groter is dan 1.000l/min:

Houd het deksel van de spuitvloeistoftank tijdens het vullen open.
OPMERKING
Afhankelijk van het jaargetijde en de markering op de machine, kan de machine met biologisch afbreekbaar antivries in de spuitvloeistoftank worden geleverd. Het antivriesmiddel kan bij het eerste gebruik met de spuitvloeistof worden uitgebracht of voor het vullen worden afgepompt.
Afgepompt antivriesmiddel hergebruiken of conform de voorschriften afvoeren.
  1. Als de waterhardheid hoger ligt dan 15 °dH (graden Duitse hardheid):

    Voer hardheidsstabilisatoren op basis van polyfosfaten toe.
  1. Afdekking 1 van de drukaansluiting openen.
  1. Een passende drukslang op de drukaansluiting 1 en op de hydrant aansluiten.
  1. Afsluitkraan op voedingszijde openen.
  1. Afdekking 1 van de bedieningsarmatuur openen.
  1. op de TwinTerminal kiezen.
  2. Gewenst niveau voor de spuitvloeistoftank en de spoelwatertank invoeren.
  1. Wanneer spuitmiddel moet worden toegevoerd:

    Tijdens het vullen het spuitmiddel inspoelen, Spuitmiddel inspoelen

of

Tijdens het vullen het spuitmiddel uit een container aanzuigen, Spuitmiddel uit container afzuigen.

  1. Wanneer de pH-waarde van de gerede spuitvloeistof hoger is dan 7:

    Citroenzuur of special zuringsmiddel toevoegen.

Wanneer het gewenste niveau is bereikt, stopt het vullen automatisch.

De drukslang kan na het vullen pas na een drukontlasting van de drukaansluiting worden losgekoppeld.

  1. Afsluitkraan op voedingszijde sluiten en op de TwinTerminal bevestigen.

De drukontlasting wordt automatisch uitgevoerd.

  1. Afdekking van de bedieningsarmatuur sluiten.
  2. Drukslang van de drukaansluiting loskoppelen. Let er daarbij op, dat de drukslang met water is gevuld.
  3. Afdekking van de drukaansluiting sluiten.