Werken kort onderbreken
Voor elke werkonderbreking moeten de spuitbomen en de spuitdoppen worden gespoeld. Het zuigfilter en het drukfilter moeten worden gereinigd.
Als de machine met HighFlow+ is uitgerust: het separate HighFlow+-drukfilter kan bij gevulde spuitvloeistoftank niet worden uitgenomen en gereinigd.
- Menu Reinigen > Spuitbomen spoelen in veldmenu op ISOBUS-bedieningsterminal kiezen.
- Spoelvloeistof uitbrengen 1 kiezen.
- Spuitbomen spoelen.
- Het spoelwater op een onbehandeld oppervlak brengen.
- Spoelen beëindigen.

Wanneer de machine met afzonderlijke spuitdopschakeling is uitgerust:
Afsluitkraan voor de retour op de spuitboom sluiten.
- op de TwinTerminal kiezen.
- Spuitvloeistofpomp op de TwinTerminal uitschakelen.
- Aan de hendel van de drukarmatuur DA naar voren trekken.
Het vloeistofcircuit is afgesloten.
- Opvangbak onder de afvoeraansluiting plaatsen.
- Ontluchtingsventiel van het zuigfilter 1 gedurende 20 seconden bedienen.
Het zuigfilter wordt leeggezogen.
- Het zuigfilter uitnemen.
- Het zuigfilter met water reinigen.
- Het zuigfilter weer plaatsen.
- op de afsluitkraan DE kiezen.
Het drukfilter wordt ontwaterd.
Als er geen spuitvloeistof meer uitstroomt:
Afsluitkraan DE sluiten.
- op de TwinTerminal kiezen.
- Het drukfilter uitnemen en bevestigen.
- Het drukfilter reinigen met water.
- Het drukfilter weer plaatsen en bevestigen.
- Aan de hendel van de drukarmatuur DA in de uitgangspositie indrukken.
Het vloeistofcircuit is vrijgeschakeld.

Wanneer de machine met afzonderlijke spuitdopschakeling is uitgerust:
Afsluitkraan voor de retour op de spuitboom openen.
Om de werkzaamheden voort te zetten:
Spuitvloeistofpomp op de ISOBUS-bedieningsterminal starten.
- Menu Roeren 1 in het veldmenu op ISOBUS-bedieningsterminal kiezen.
- De spuitvloeistof roeren met maximaal vermogen gedurende 5 minuten.
Nadat de spuitvloeistof is geroerd, is de machine weer klaar voor gebruik.
