Functies van de airconditioning
- 1
Symbool Turbinetoerental
- 2
Symbool Luchtstroomverdeling
- 3
Symbool Foutmelding
- 4
Ingestelde gewenste waarde voor de cabinetemperatuur
- 5
Buitentemperatuur
Knop | Bediening | Modus | Functies |
|---|---|---|---|
6 | Indrukken | -- | Schakelt de aircocompressor aan of uit. |
7 | Indrukken | Menu |
|
7 | Draaien | Menu | Linksom: de gewenste waarde voor de cabinetemperatuur neemt af. Rechtsom: de gewenste waarde voor de cabinetemperatuur wordt hoger. |
8 | Indrukken | DEFROST | Onder een buitentemperatuur van 2°C: cabineruiten ontdooien bij continue werking van de airco-compressor bij maximaal ventilatortoerental, verwarmingsvermogen en luchtstroom langs de cabineruiten. |
8 | Indrukken | DEMIST | Boven een buitentemperatuur van 2°C: cabineruiten drogen bij continue werking van de airco-compressor bij maximaal ventilatortoerental. |
8 | Draaien | Handmatig | Instellen luchtstroomverdeling
|
9 | Indrukken | Automaat |
|
9 | Draaien | Handmatig | Linksom: verlaagt het ventilatortoerental, tot de airconditioning is uitgeschakeld. In het display 5 verschijnt OFF. Rechtsom: verhoogt het ventilatortoerental. |
