Resthoeveelheid verdunnen en uitspuiten

INSTRUCTIE MILIEUBESCHERMING
Milieuschade door te hoge dosering van spuitvloeistof

Om te hoge dosering door onverdunde resthoeveelheid te vermijden:

Spuit de onverdunde resthoeveelheid op een onbehandeld oppervlak uit.

Een deel van de in de machine achtergebleven spuitvloeistof is technisch niet verdunbaar. De niet verdunbare resthoeveelheid moet op een onbehandeld oppervlak worden uitgespoten. De verdunbare resthoeveelheid kan na de verdunning op een behandeld oppervlak worden uitgespoten.

Het benodigde traject voor de niet verdunbare resthoeveelheid wordt volgens de volgende formule berekend:

Benaming

Eenheid

Beschrijving

F

m

Benodigde traject

M

l/ha

Dosering

B

m

Werkbreedte

R

l

Niet verdunbare resthoeveelheid

  1. Spuitvloeistofpomp op de ISOBUS-bedieningsterminal starten.
  1. Menu Reinigen 1 kiezen.
  2. Spuitvloeistof met minimaal de 10-voudige hoeveelheid spoelwater verdunnen.
  3. Wanneer de benodigde hoeveelheid spoelwater in de spuitvloeistoftank is gevuld:

    Verdunnen beƫindigen.
  1. Roerwerk op ISOBUS-bedieningsterminal uitschakelen.
  2. Spuiten starten en tegelijkertijd wegrijden.
  3. Om de niet verdunbare resthoeveelheid uit de spuitleiding te spuiten:

    Benodigde afstand op een onbehandeld restoppervlak rijden.
  4. Wanneer de niet verdunbare resthoeveelheid is uitgespoten:

    Verdunde resthoeveelheid uitspuiten.
  5. Spuitproces stoppen.