Verlichting voor het rijden op de openbare weg gebruiken

VOORWAARDEN

  • Modus Straat is geactiveerd.

  • Om het parkeerlicht in te schakelen:

    De draaischakelaar 1 in de stand 3 draaien.
  • Om het dimlicht in te schakelen:

    De draaischakelaar in de stand 2 draaien.
  • Om de verlichting voor het rijden op de openbare weg uit te schakelen:

    De draaischakelaar terug in de stand 4 draaien.
  • Om de richtingaanwijzer links in te schakelen:

    De stuurkolomschakelaar 1 naar achteren drukken.

De pijl links knippert.

  • Om de richtingaanwijzer rechts in te schakelen:

    De stuurkolomschakelaar naar voren drukken.

De pijl rechts knippert.

Na het nemen van de bocht komt de stuurkolomschakelaar automatisch weer terug in de middenstand.

  • Om het grootlicht in te schakelen:

    Dimlicht inschakelen.
  • De stuurkolomschakelaar 1 naar beneden drukken.

De stuurkolomschakelaar vergrendeld.

Het controlelampje brandt.

  • Om het grootlicht uit te schakelen:

    De stuurkolomschakelaar naar boven in de middenstand drukken.
  • Om het koplampknipperlicht te gebruiken:

    De stuurkolomschakelaar naar boven trekken.

De stuurkolomschakelaar gaat automatisch weer terug in de middenstand.