Spuittechniek tegen bevriezing beschermen

BELANGRIJK
Gevaar voor schade aan de machine door vorst
Houd de volgende instructies aan.
  1. De spuitbomen uitklappen, Spuitbomen uitklappen.
  2. Intensieve reiniging uitvoeren, Snelle reiniging of intensieve reiniging uitvoeren.
  3. Spoelwatertank legen.
  4. Spuitvloeistofpomp op de TwinTerminal bevestigen.
  5. Zuigslang aansluiten op de zuigaansluiting. Het andere uiteinde van de zuigslang in de afnamebron met het antivries plaatsen.
  1. op de TwinTerminal kiezen en bevestigen.
  1. op de drukarmatuur DA kiezen.
  1. Minimaal 100l antivriesmiddel op basis van propyleenglycol in de spoelwatertank vullen.
  2. op de TwinTerminal kiezen en bevestigen.
  3. op de drukarmatuur DA kiezen.

Het antivriesmiddel wordt in de spuitvloeistoftank gepompt.

  1. op de TwinTerminal kiezen en bevestigen.

Het antivriesmiddel wordt in het vloeistofcircuit gepompt.

  1. op de drukarmatuur DA kiezen. 30 seconden wachten.
  2. op de drukarmatuur DA kiezen. Antivriesmiddel via de spuitlans van de uitwendige reinigingsinrichting gedurende 30 seconden in de vulmengbak spuiten.
  3. op de drukarmatuur DA kiezen.
  1. op de omschakelkraan IJ kiezen.
  2. op de omschakelkraan QU kiezen.
  1. Om ervoor te zorgen dat antivriesmiddel in alle leidingen wordt verdeeld:

    Op de vulmengbak de omschakelkranen EA en EB na elkaar op elke positie zetten en de betreffende functies telkens 10 seconden activeren.
  1. op de drukarmatuur DA kiezen. Roerwerk even met op maximale intensiteit laten draaien en weer uitschakelen.
  2. Op de TwinTerminal de circulatiereiniging activeren.
  3. Gedurende 10 seconden met spuitlans in de spuitvloeistoftank spuiten.
  4. Als de machine met HighFlow+ is uitgerust:

    op HighFlow+-schakelkraan kiezen.
  5. op de TwinTerminal kiezen en bevestigen.
  6. Spuiten op de ISOBUS-bedieningsterminal het spuiten starten en wachten tot het antivriesmiddel uit de spuitdoppen komt.
  7. Deelbreedteschakeling meermaals in- en uitschakelen

of

bij AmaSelect: alle spuitdopposities doorschakelen.

  1. Grens- en randspuitdoppen schakelen.
  2. Opvangbak onder de afvoeraansluiting plaatsen en een beetje vloeistof opvangen.
  3. Vloeistof in de opvangbak op voldoende antivries controleren.
  4. Wanneer de antivries niet voldoende is:

    Opnieuw antivries vullen het proces herhalen.
  1. Ontluchtingsventiel van het zuigfilter 1 gedurende 20 seconden bedienen.

Het zuigfilter wordt leeggezogen.

  1. op de afsluitkraan DE kiezen.

Het drukfilter wordt ontwaterd.

  1. Als er geen spuitvloeistof meer uitstroomt:

    Afsluitkraan DE sluiten.
  1. Indien de machine met leidingfilters is uitgerust:

    Alle leidingfilters met de afsluitkraan 1 ontwateren.
  2. Afsluitkranen van de leidingfilters sluiten.

Wanneer de machine met HighFlow+ is uitgerust moet bovendien het HighFlow+-drukfilter 2 worden gereinigd.

  1. Plaats een opvangbak onder de aftapslang voor het rechter achterwiel.
  2. op HighFlow+-schakelkraan 1 kiezen.
  3. Vloeistof laten wegstromen tot het HighFlow+-drukfilter is ontwaterd.
  4. Het HighFlow+-drukfilter afschroeven, reinigen en inschroeven.
  5. HighFlow+-omschakelkraan terug in de uitgangspositie zetten.
  1. De adapter van de druksensor op de Super-L-spuitbomen demonteren.
  2. Druksensor ontwateren.
  3. De adapter monteren.
  1. De adapter van de druksensor aan het roerwerk rechts onder de afdekking demonteren.
  2. Druksensor ontwateren.
  3. De adapter monteren.
  1. De druksensor van de spoelwatertank onder de spoelwatertank demonteren.
  2. Druksensor ontwateren.
  3. Druksensoren monteren.
  1. Mengsel van antivries en spuitvloeistof hergebruiken

of

Mengsel professioneel afvoeren.

  1. Handwasinrichting legen. Afsluitkraan HW geopend laten.