Afgifte controleren

Interval

  • alle 1000 Bedrijfsuren

    of

    elke 12 maanden

De werkelijke afgifte wordt bij stilstand via de afgifte van een enkele spuitdop gecontroleerd.

Hiervoor moet minimaal telkens één spuitdop aan de linker en de rechter arm en in het midden van de spuitboom worden gebruikt.

 
Uitrusting voor de controle:
1

Quick-Check-beker

2

Stopwatch

  1. Voer via de ISOBUS-bedieningsterminal in het hoofdmenu de afgifte in.
  2. Voer via de ISOBUS-bedieningsterminal in het instelmenu de gesimuleerde snelheid in.
  3. Vul de spuitvloeistoftank met 1.000l water.
  4. Roerwerk op TwinTerminal inschakelen.
  5. Spuiten via de ISOBUS-bedieningsterminal starten.
  6. Alle spuitdoppen op goede doorstroming controleren.
  7. Om de afgifte per spuitdop aan meerdere spuitdoppen te controleren:

    De Quick-Check-beker telkens precies 30 seconden onder een spuitdop houden.
  8. Spuiten via de ISOBUS-bedieningsterminal stoppen.
  9. Stel via de ISOBUS-bedieningsterminal in het instelmenu de gesimuleerde snelheid in op 0km/h.
  10. Gemiddelde afgifte per spuitdop omrekenen naar één minuut.
  1. Om de afgifte in l/ha te bepalen:

    Waarde uit de tabel op de Quick-Check-beker nemen

of

Waarde berekenen.

 
Tabel op de Quick-Check-beker
1

Bepaalde afgifte: 290l/ha

2

Bepaalde spuitdruk: 1,6bar

 
Formule voor de berekening van de afgifte
A

Afgifte in l/ha

D

Gemiddelde waarde voor spuitdopafgifte in l/min

F

Rijsnelheid in km/h

  1. Als de bepaalde waarde voor de afgifte niet overeenkomt met de ingestelde waarden:

    Doorstroommeter kalibreren, zie bedieningshandleiding van de ISOBUS-software, hoofdstuk Doorstroommeter kalibreren.

of

Alle spuitdoppen controleren op slijtage en verstopping.