Werking van de machine
De machine bestaat uit een dragend voertuig en een spuitsysteem. Als bestuurdersplaats is op het dragende voertuig een cabine conform categorie 1 of categorie 4 ingebouwd. De spuittechniek met deels geautomatiseerde en geautomatiseerde hulpfuncties zorgt voor plantbeschermende afgifte van gewasbeschermingsmiddel of vloeibare meststof.
De spuitvloeistofpomp 2, de roerpomp 3 en de spoelwaterpomp 7 drijven het vloeistofcircuit aan.
Via de zuigaansluiting 6 wordt water aangezogen. De spuitvloeistofpomp transporteert het water via het zuigfilter 8 in de spuitvloeistoftank. Het benodigde spuitmiddel wordt via de vulmengbak 9 in de spuitvloeistoftank gespoeld.
Als alternatief kan de spuitvloeistoftank via de zuigaansluiting met vloeibare meststof worden gevuld.
De spoelwaterpomp voedt via een afzonderlijk zuigfilter de spoelwatertank met water.
Het gewasbeschermingsmiddel of de vloeibare meststof uit de spuitvloeistoftank komt via het drukfilter 1 bij de spuitdoppen of de injector 4.
De roerpomp en het roerwerk 5 zorgen voor een homogene spuitvloeistof.
