Naverlichtingsfunctie gebruiken
De naverlichtingsfunctie is bedoeld, om de omgeving van de machine na het verlaten nog korte tijd te verlichten.
VOORWAARDEN
De rijverlichting is tijdens de rit minimaal eenmaal ingeschakeld geweest.
- machine stoppen.
- Machine uitschakelen. Contactsleutel verwijderen.
- Draaischakelaar 1 in de stand 2 draaien.
De naverlichtingsfunctie is gedurende een minuut ingeschakeld. Alle toetsen en het zijaanzicht van de machine op het bedieningspaneel voor de verlichting knipperen.
- Gewenste werkschijnwerper met de toetsen van het bedieningspaneel voor de verlichting inschakelen of uitschakelen.
Na afloop van een minuut schakelt de naverlichtingsfunctie uit. Alle toetsen en het zijaanzicht van de machine op het bedieningspaneel voor de verlichting zijn dan uit. De laatst ingestelde lichtconfiguratie van de naverlichtingsfunctie wordt opgeslagen.
De naverlichtingsfunctie kan met behulp van de stuurkolomschakelaar 1 binnen 15 minuten meerdere keren achter elkaar worden ingeschakeld of vroegtijdig worden uitgeschakeld.
- De stuurkolomschakelaar kort naar achteren of naar voren drukken.
