Camerasysteem gebruiken

WAARSCHUWING
Gevaar voor ongevallen door beperkt blikveld van het camerasysteem
Waarborg voor het manoeuvreren dat zich geen personen of objecten in het rijbereik bevinden.
Gebruik bovendien de buitenspiegel voor een zo groot mogelijk overzicht.
OPMERKING
De uitrusting met een niet gecertificeerd camerasysteem is geen vervanging voor de instructeur in het wegverkeer.
OPMERKING
De positie en de uitrichting van de camera's van het gecertificeerde camerasysteem mag niet gewijzigd worden.
  1. Om het camerasysteem te controleren:

    Vergrendeling van de stekkerverbinding controleren.
  2. Om het camerasysteem te gebruiken:

    Beeldscherm met de toets POWER 1 inschakelen.

Het beeld van de camera wordt op het beeldscherm getoond.

  1. Om de weergegeven camera te kiezen:

    Toets CH+ 2 bedienen.

Via de displaymodus is de weergave van één camera of beide camera's mogelijk.

  1. Om het camerasysteem uit te schakelen:

    Beeldscherm met de toets POWER uitschakelen.
  2. Voor overige instellingen zie de bedieningshandleiding van het camerasysteem.