ISOBUS configureren
Om meerdere bedieningsterminals op ISOBUS te gebruiken en het AUX-N-invoerapparaat te kunnen gebruiken, moet de ISOBUS worden geconfigureerd.
Elke ISOBUS-bedieningsterminal heeft een eenduidig identificatienummer voor de Universal Terminal en de Task Controller, het UT-nummer en het TC-nummer. Met de Universal Terminal wordt de apparaatbesturing getoond. Met de Task Controller wordt de opdrachtdocumentatie van het apparaat beheerd.
Als de Universal Terminal of de Task Controller niet op de AmaTron 4 moeten worden uitgevoerd, kunnen de Universal Terminal of de Task Controller worden gedeactiveerd.
AUX-N-invoerapparaten kunnen alleen op de bedieningsterminal met UT-nummer 1 worden geconfigureerd.
Als de AmaTron 4 de enige aangesloten bedieningsterminal is, dan neemt het apparaat automatisch het UT-nummer en het TC-nummer van de AmaTron 4 over.
Als naast de AmaTron 4 andere bedieningsterminals zijn aangesloten, geldt het volgende:
Als bedieningsterminals met hetzelfde UT-nummer of TC-nummer zijn aangesloten, kiest de AmaTron 4 automatisch een vrij UT-nummer en TC-nummer. In dit geval wordt een melding getoond.
Om de apparaatbesturing en de opdrachtdocumentatie op de gewenste bedieningsterminal uit te voeren, moeten het UT-nummer en het TC-nummer in de apparaatbesturing zijn geconfigureerd.
Het aangesloten apparaat kiest de bedieningsterminal met het UT-nummer en het TC-nummer, waarvoor het apparaat het laatst was geconfigureerd.

- Kies in het set-up-menu ISOBUS.
Als de apparaatbediening op de AmaTron 4 moet worden gebruikt:
UT activeren.Als het aangesloten AUX-N-invoerapparaat via de AmaTron 4 moet worden geconfigureerd:
onder UT-nummer 1 kiezen.Als de apparaatbesturing op de AmaTron 4 moet worden weergegeven:
in de apparaatbesturing het UT-nummer naar het UT-nummer van de AmaTron 4 veranderen.Als de opdrachtdocumentatie op de AmaTron 4 moet worden gebruikt:
TC activeren.Als de opdrachtdocumentatie en de automatische deelbreedteschakeling van het aangesloten apparaat op de AmaTron 4 moet worden gebruikt:
in de apparaatbesturing het TC-nummer naar het TC-nummer van de AmaTron 4 veranderen.STORINGEN OPLOSSENWorden de apparaatbesturing, de opdrachtdocumentatie of de AUX-N-configuratie niet op de gewenste bedieningsterminal weergegeven?
UT-nummers en TC-nummers van de bedieningsterminal en aangesloten apparaat controleren op overeenstemming.
Contact uitschakelen.
Alle bedieningsterminals opnieuw starten.
Contact inschakelen.
UT-nummers en TC-nummers opnieuw controleren.
