Analoge werkstandsensor configureren
Als een analoge werkstandsensor is aangesloten, kan de AmaTron 4 aan de hand van spanningswaarden berekenen of het apparaat in de werkstand staat. Daarvoor moet de AmaTron 4 de spanningswaarden voor de verschillende standen leren. Bovendien moet de AmaTron 4 het omschakelpunt tussen de bovenste en onderste eindpositie leren.

- Kies in het hoofdmenu.
- Kies onder Tractoren de gewenste tractor.
- Kies Sensoren.

- Hefinrichting kiezen.
Als de werkstand dient te worden verzonden,
kies dan Signaal verzenden.- Kies onder Sensortype analoog.
De waarde voor de Bovenste eindpositie wordt als werkstand Uit gewaardeerd. De waarde voor de Onderste eindpositie wordt als werkstand Aan gewaardeerd.
- De machine met de tractorhefinrichting in de werkstand zetten.
- Kies Bovenste eindpositie leren.
- De machine met de tractorhefinrichting uit de werkstand zetten.
- Kies Onderste eindpositie leren.
- Zet de tractorhefinrichting tussen de onderste en de bovenste eindpositie.
- Kies Omschakelpunt leren.
OPMERKING
- Menu sluiten met .
