Analoge werkstandsensor configureren

Als een analoge werkstandsensor is aangesloten, kan de AmaTron 4 aan de hand van spanningswaarden berekenen of het apparaat in de werkstand staat. Daarvoor moet de AmaTron 4 de spanningswaarden voor de verschillende standen leren. Bovendien moet de AmaTron 4 het omschakelpunt tussen de bovenste en onderste eindpositie leren.

  1. Kies in het hoofdmenu.
  2. Kies onder Tractoren de gewenste tractor.
  3. Kies Sensoren.
  1. Hefinrichting kiezen.
  2. Als de werkstand dient te worden verzonden,

    kies dan Signaal verzenden.
  3. Kies onder Sensortype analoog.

De waarde voor de Bovenste eindpositie wordt als werkstand Uit gewaardeerd. De waarde voor de Onderste eindpositie wordt als werkstand Aan gewaardeerd.

  1. De machine met de tractorhefinrichting in de werkstand zetten.
  2. Kies Bovenste eindpositie leren.
  3. De machine met de tractorhefinrichting uit de werkstand zetten.
  4. Kies Onderste eindpositie leren.
  5. Zet de tractorhefinrichting tussen de onderste en de bovenste eindpositie.
  6. Kies Omschakelpunt leren.
OPMERKING
De instellingen worden pas overgenomen wanneer het menu wordt gesloten.
  1. Menu sluiten met .