Afgiftes configureren

Aan de gewenste waarde-ontvangers van het aangesloten apparaat kunnen gewenste waarden worden toegewezen. De AmaTron 4 draagt de ingestelde gewenste waarden over aan het aangesloten apparaat.

Om afgiftes voor afzonderlijke producten te documenteren, kunnen producten worden aangemaakt en afgiftes worden aangegeven.

VOORWAARDEN

  1. Kies in het werkmenu.
  1. Kies het veld.
  1. Kies onder Opdrachten de gewenste opdracht.

Onder Afgifte configureren wordt de naam van de gewenste waarde-ontvanger weergegeven. Wanneer de in de opdracht opgenomen gewenste waarde niet bij de gewenste waarde-ontvanger past, kan de afgifte niet worden geconfigureerd.

  1. Afgifte configureren voor gewenste waarde-ontvanger kiezen.

Applicatiekaarten zijn in de opdrachtgegevens opgenomen en worden met de opdrachtgegevens geladen. Applicatiekaarten kunnen uit meerdere niveaus bestaan. Deze applicatiekaarten worden MultiMap-applicatiekaarten genoemd. Elk niveau van een MultiMap-applicatiekaart kan aan een andere gewenste waarde-ontvanger op de machine worden toegekend.

  1. Om een applicatiekaart aan te passen:

    In de gekozen opdracht met de pijltoetsen de gewenste applicatiekaart kiezen.
OPMERKING
De gewenste waarde-ontvangers voor de MultiMap-applicatiekaarten worden automatisch aan de hand van de eenheden toegekend. Wanneer de gewenste waarde-ontvangers niet correct zijn toegekend, moeten de gewenste waarde-ontvangers handmatig worden toegekend.
  1. Als de gewenste waarde-ontvanger onder Doel niet bij de applicatiekaart past,

    onder Doel de gewenste ontvanger toekennen.
  2. Om de afgiftes aan te passen,

    onder Waarden schalen de schaal op de gewenste afgiftes instellen.
OPMERKING
Als een applicatiekaart wordt gebruikt, wordt de waarde onder Gewenste waarde genegeerd.

Voor de volgende situaties kunnen vaste gewenste waarden worden ingesteld:

  • De machine verlaat het veld.

  • Het GPS-signaal valt uit.

Als geen vaste gewenste waarden worden ingesteld, behoudt het apparaat in beide gevallen de laatst gebruikte waarde.
  1. Als vaste gewenste waarden moeten worden ingevoerd,

    met de menupunten laten weergeven.
  2. Onder Buiten veldgrens en Bij GPS-uitval de gewenste waarden invoeren.
  3. Bevestig met .