GPS-Drift met gemarkeerde hindernis corrigeren

Met GPS-drift worden de afwijkingen van het GPS-signaal bedoeld. De GPS-drift ontstaat, wanneer correctiebronnen met lage nauwkeurigheid worden gebruikt. De GPS-Drift kan worden herkend doordat de posities van veldgrenzen of het bewerkte oppervlak op de AmaTron 4 niet meer overeenkomen met de werkelijke posities.

De posities van de veldgrenzen of het bewerkte oppervlak op de AmaTron 4 kan met een gemarkeerde hindernis worden gecontroleerd en gecorrigeerd. Hiervoor is een markante positie in het veld nodig, die als werkelijk referentiepunt dient, bijvoorbeeld de veldinrit of een boom. Deze positie kan te allen tijde worden ingenomen, om de werkelijke voertuigpositie met de positie van de gemarkeerde hindernis op de AmaTron 4 te vergelijken. Daarbij is van belang, dat het referentiepunt altijd op dezelfde wijze en vanuit dezelfde richting wordt benaderd. Wanneer de posities niet overeenkomen, kan de GPS-Drift met het betreffende hindernissymbool worden gecorrigeerd.

VOORWAARDEN

  1. Met het voertuig naar de werkelijke hindernis rijden.
  2. Kies in het werkmenu.
  1. Op het betreffende hindernissymbool tikken.
  2. Bevestig met .