Universal Terminal gebruiken

In de Universal Terminal wordt de apparaatbesturing getoond. Het apparaat kan via de Universal Terminal worden bediend. Tussen de apparaatbesturingen van de aangesloten apparaten kan worden omgeschakeld.

De knoppen van de apparaatbesturing kunnen direct worden bediend door aanraken of via de knoppen aan de rechterzijde van de AmaTron 4. De rangschikking van de toetsen voldoet aan de weergave van de knoppen in de gebruikersinterface.

  1. Om de Universal Terminal te openen,

    toets voor de Universal Terminal 1 indrukken.
  2. Om de apparaatbesturingen te kiezen, waartussen kan worden omgeschakeld,

    toets voor de Universal Terminal 1 ingedrukt houden.

Een lijst met aangesloten apparaten wordt geopend.

  1. Kies het gewenste apparaat.

Gekozen apparaten krijgen een vinkje.

  1. Om tussen de apparaatbesturingen van de gekozen apparaten om te schakelen,

    toets voor de Universal Terminal 1 indrukken.