Spot-Spraying starten

Met de Spot-Spraying kan spuitvloeistof punctueel worden verspreid. Hiervoor worden op een Spot-Spraying-kaart voordien opgeslagen GPS-coördinaten gebruikt. Uit de GPS-coördinaten vormen zich puntvormige oppervlakken waarover de spuitvloeistof wordt verspreid.

VOORWAARDEN

Voorwaarden in de AmaTron 4:

  • Licenties voor GPS-Switch pro en GPS-Maps&Doc beschikbaar

  • ISOBUS geconfigureerd, ISOBUS configureren

  • GPS-signaal met een RTK-correctiesignaal aanwezig. Het gebruikte RTK-correctiesignaal komt overeen met het RTK-correctiesignaal waarmee de Spot-Spraying-kaart werd opgesteld.

  • Geometriegegevens correct ingevoerd, ISOBUS-apparaat instellen

  • Als het GPS-signaal door de tractor wordt gebruikt, de geometriegegevens van de tractor correct ingevoerd, Tractorgeometriegegevens wijzigen

  • GPS-drift gecorrigeerd, GPS-drift corrigeren

Voorwaarden voor de veldspuit:

  • Apparaat in de ISOBUS-software voor de automatische sectieregeling geconfigureerd

  • Spuitvloeistoftank met maximaal toegestane dosering gevuld

  • Afzonderlijke spuitdopschakeling aanwezig

  • Software van de veldspuit is op de actuele stand

  • Voor optimale resultaten Spot-Spraying-spuitdoppen gemonteerd

  • Automatisch boom neerlaten is gedeactiveerd

  1. Om de Spot-Spraying-kaart zonder documentatie te gebruiken:

    Spot-Spraying-kaart zonder documentatie gebruiken

of

Om de Spot-Spraying-kaart met documentatie te gebruiken:

Spot-Spraying-kaart met documentatie gebruiken.
  1. Schakeltijden en geometrie voor de gebruikte apparaatuitrusting in de ISOBUS-software correct instellen.
  2. Constante spuitdruk conform de specificaties van de gebruikte spuitdoppen in de ISOBUS-software instellen.
  3. Gewenste waarde voor de afgifte in de ISOBUS-software instellen.
  1. Kies in het werkmenu.

Om een zo groot mogelijke afdekking van de spot te bereiken, worden in rijrichting en opzij rond de spots extra bereiken behandeld. De grootte van de extra bereiken wordt via procentwaarden aangegeven.

AMAZONE adviseert de volgende instellingen:

  • Extra bereik aan zijkant: 10%

  • Extra bereik in rijrichting: 100%

Om de nodige hoeveelheid spuitvloeistof te verminderen, kunnen de extra bereiken worden verminderd.

Wanneer het extra bereik in de rijrichting wordt verminderd, moet de werksnelheid worden verlaagd. Als het extra bereik in rijrichting te sterk wordt gereduceerd, worden kleinere spots niet behandeld.

Wanneer de spuitboom zijwaarts beweegt, moeten de extra bereiken aan de zijkant worden vergroot.

De optimale instelling kan alleen tijdens het gebruik op het veld worden bepaald.

  1. Om de extra bereiken aan te passen:

    Onder Extra bereik naar de zijkant of Extra bereik in rijrichting de gewenste waarde invoeren.

Benodigde instellingen voor de overlapping:

  • Overlapping in rijrichting bij het inschakelen: 0cm

  • Overlapping in de rijrichting bij het uitschakelen: 0cm

  • Overlappingsgraad: 100%

  • Overlappingstolerantie: maximaal

  • Overlappingstolerantie aan de veldgrens: maximaal

  1. Deelbreedtes in de ISOBUS-software inschakelen.
  2. Kies in het werkmenu.

Voor de werksnelheid en de rijrichting geldt het volgende:

  • Voor 40cm grote spots is een werksnelheid tot 12km/h mogelijk, voor kleinere spots moet de werksnelheid worden verlaagd.

  • Om te zorgen dat de spuitbomen niet sneller of langzamer bewegen dan in werksnelheid, moet rijden door bochten worden vermeden.

  1. Veld berijden.
  2. Werksnelheid aan de gewenste afgifte en de grootte van de spots aanpassen.

De deelbreedtes worden aan de hand van de Spot-Spraying-kaart geschakeld. Buiten de spots blijven de deelbreedtes onafhankelijk van toepassingskaarten of grenzen uitgeschakeld. Het volledige met de deelbreedtes bereden oppervlak wordt als bewerkt oppervlak gemarkeerd.

Om de deelbreedteschakeling weer afhankelijk van applicatiekaarten of grenzen te schakelen, kan de Spot-Spraying worden gepauzeerd. Het volledige met de deelbreedtes bereden oppervlak blijft als bewerkt oppervlak gemarkeerd.

  1. Om de Spot-Spraying te pauzeren:

    In het werkmenu selecteren en Spot-Spraying pauzeren activeren.