Spuitvloeistoftank en spoelwatertank vullen via de zuigaansluiting

WAARSCHUWING
Gezondheidsrisico door contact met gecontamineerd spoelwater
Om een contaminatie van de spoelwatertank met gewasbeschermingsmiddel te verhinderen, moet tijdens het vullen als volgt worden gehandeld:

Om het vloeistofcircuit te reinigen:

Vul eerst de spuitvloeistoftank met 500l water.
Schakel het roerwerk uit, voordat u de spoelwatertank vult.
Vul de spoelwatertank tot het gewenste peil met water. Onderbreek het vullen niet voortijdig.
Vul dan pas de spuitvloeistoftank tot het gewenste peil. Spoel tegelijkertijd het spuitmiddel in.
OPMERKING
Afhankelijk van het jaargetijde en de markering op de machine, kan de machine met biologisch afbreekbaar antivries in de spuitvloeistoftank worden geleverd. Het antivriesmiddel kan bij het eerste gebruik met de spuitvloeistof worden uitgebracht of voor het vullen worden afgepompt.
Afgepompt antivriesmiddel hergebruiken of conform de voorschriften afvoeren.
  1. Als de waterhardheid hoger ligt dan 15 °dH (graden Duitse hardheid):

    Voer hardheidsstabilisatoren op basis van polyfosfaten toe.
  1. Beide delen 1 van de zuigslang uit de houder nemen.
  1. Beide delen van de zuigslang aan elkaar koppelen.
  2. Zuigkorf uit het voorste opbergvak nemen en op de zuigslang monteren.
  3. Het uiteinde van de zuigslang met de zuigkorf in de afnamebron plaatsen.
  1. Afdekking 1 van de bedieningsarmatuur openen.
  1. Afsluitdop 1 afnemen.
  2. Zuigslang aansluiten op de zuigaansluiting 2.
  1. op de drukarmatuur DA kiezen.
  1. Spuitvloeistofpomp op de TwinTerminal bevestigen.
  2. Kies .
  3. Gewenst niveau voor de spuitvloeistoftank en de spoelwatertank invoeren.
  1. Om de vulcapaciteit door de extra ingeschakeld injector te verhogen:

    Omschakelkraan IJ in een stand tussen 0 en instellen.

Om een contaminatie van de spoelwatertank te vermijden, moet de spuitmiddeltank met 500l water worden gevuld, voordat de spoelwatertank kan worden gevuld.

  1. Wanneer het vulpeil van de spuitvloeistoftank 500l heeft bereikt:

    Roerwerk op TwinTerminal uitschakelen.
  2. op de drukarmatuur DA kiezen.

De spoelwatertank wordt gevuld.

  1. Zodra de spoelwatertank gevuld is:

    op de drukarmatuur DA kiezen.
  2. Roerwerk op TwinTerminal inschakelen.

Het vullen van de spuitvloeistoftank wordt voortgezet.

  1. Wanneer spuitmiddel moet worden toegevoerd:

    Tijdens het vullen het spuitmiddel inspoelen, Spuitmiddel inspoelen

of

Tijdens het vullen het spuitmiddel uit een container aanzuigen, Spuitmiddel uit container afzuigen.

  1. Wanneer de pH-waarde van de gerede spuitvloeistof hoger is dan 7:

    Citroenzuur of special zuringsmiddel toevoegen.
  1. Om een vulpauze voor het inspoelen van het spuitmiddel te nemen:

    Aan de hendel van de drukarmatuur DA naar voren trekken.
  2. Om de vulpauze te beëindigen:

    De hendel in positie zetten.

Wanneer voor verhoogde vulcapaciteit ook de injector is ingeschakeld, moet deze voor het bereiken van het gewenste niveau worden uitgeschakeld. Anders wordt met het vullen via de injector door de automatische vulstop geen rekening gehouden en wordt het gewenste niveau overschreden.

  1. Omschakelkraan IJ in stand 0 zetten.

Wanneer het gewenste niveau is bereikt, stopt het vullen automatisch. De zuigslang is nog met water gevuld.

  1. Zuigslang van de zuigaansluiting losmaken

of

Om de zuigslang via de zuigkorf te ontwateren:

Met de hendel 1 op de zuigkorf het terugslagventiel openen en in de zuigslang achtergebleven water aftappen. Aansluitend de zuigslang van de zuigaansluiting losmaken.
  1. Afsluitdop op de zuigaansluiting plaatsen.
  2. op de drukarmatuur DA kiezen.
  3. Afdekking van de bedieningsarmatuur sluiten.
  4. Beide delen van de zuigslang en de zuigkorf van elkaar losmaken.
  5. Beide delen van de zuigslang in de houder op het rechter en linker spatbord bevestigen.
  6. Zuigkorf reinigen, drogen en in het voorste opbergvak plaatsen.