Spuitdoppen verwisselen op meervoudige spuitdoplichamen

OPMERKING
Neem tijdens het werken reservespuitdoppen en reservefilters mee.

Om een andere spuitdop te gebruiken, wordt de spuitdopkop gedraaid.

WAARSCHUWING
Gevaar door onbedoeld contact met spuitvloeistof
Spoel voor begin van de werkzaamheden aan de spuitdophouders de spuitdoppen met spoelwater.
  • Om de spuitdop bij drievoudige spuitdoplichamen te verwisselen:

    Spuitdopkop linksom draaien tot de gewenste spuitdop 1 verticaal staat.
  • Om de spuitdop bij viervoudige spuitdoplichamen te verwisselen:

    Spuitdopkop linksom draaien tot de gewenste spuitdop 1 op de met de pijl gemarkeerde positie staat.
  • Om de spuitdop bij vijfvoudige spuitdoplichamen met AmaSelect te verwisselen:

    Gewenste spuitdop op de ISOBUS-bedieningsterminal kiezen

of

het drukbereik op de ISOBUS-bedieningsterminal instellen, waarbij de AmaSelect de spuitdoppen automatisch moet wisselen.

OPMERKING

Controleer de afgifte na het verwisselen van de spuitdop, Afgifte controleren.