Spuitvloeistoftank vullen via de drukaansluiting
Als de waterhardheid hoger ligt dan 15 °dH (graden Duitse hardheid):
Voer hardheidsstabilisatoren op basis van polyfosfaten toe.
- Afdekking 1 van de drukaansluiting openen.
- Een passende drukslang op de drukaansluiting 1 en op de hydrant aansluiten.
- Afsluitkraan op voedingszijde openen.
- Afdekking 1 van de bedieningsarmatuur openen.
- Vulopties op de TwinTerminal instellen, Vulopties instellen.
- Gewenst niveau voor de spuitvloeistoftank invoeren 1.
- Menu Spuitvloeistoftank 2 kiezen.
Om de drukvulling te starten:
Kies .
Als de spuitvloeistoftank met water wordt gevuld, kan tegelijkertijd de spoelwatertank met water worden gevuld.
Als de spoelwatertank tegelijkertijd moet worden gevuld:
Gewenst niveau voor de spoelwatertank invoeren 4.- Menu Spoelwatertank 3 kiezen.
Om de drukvulling te starten:
Kies .
Wanneer spuitmiddel moet worden toegevoerd:
Tijdens het vullen het spuitmiddel inspoelen, Spuitmiddel via de vulmengbak inspoelen
of
Tijdens het vullen het spuitmiddel uit een container aanzuigen, Spuitmiddel uit container afzuigen.
Wanneer de pH-waarde van de gerede spuitvloeistof hoger is dan 7:
Citroenzuur of special zuringsmiddel toevoegen.
Wanneer een vulpauze is ingesteld, wordt deze automatisch geactiveerd, zodra het ingestelde niveau is bereikt. wordt op de TwinTerminal weergegeven.
Om de vulpauze te beëindigen:
De vulmengbak optillen
of
Kies .

Wanneer het gewenste niveau is bereikt, stopt het vullen automatisch.
De drukslang kan na het vullen pas na een drukontlasting van de drukaansluiting worden losgekoppeld.
- Afsluitkraan op voedingszijde sluiten en bevestigen.
De drukontlasting wordt automatisch uitgevoerd.

De drukontlasting wordt op de TwinTerminal weergegeven.
- Afdekking van de bedieningsarmatuur sluiten.
- Drukslang van de drukaansluiting loskoppelen. Let er daarbij op, dat de drukslang met water is gevuld.
- Afdekking van de drukaansluiting sluiten.
