Bedieningstoetsen van de elektrohydraulische besturing

1

Bedieningstoets voor het inschakelen en uitschakelen van de elektrohydraulische besturing.

2

Bedieningstoets om de machine voor via de dissel op te tillen en neer te laten.

3

Bedieningstoets om de grasopvangbak op te tillen en neer te laten.

4

Bedieningstoets om de machine achter op te tillen en neer te laten.

5

Bedieningstoets voor het activeren van de neutrale stand van de machine door gelijktijdig bedienen van de beide toetsen 4 en 5.

Neutrale stand betekent dat het maaiwerk de bodemgeleiding overneemt via de voorste steunwielen en de steunrol. De achterste wielen hebben alleen een steunfunctie en compenseren de oneffenheden tussen rechter- en linkerwiel. De dissel bevindt zich ook in de neutrale stand.

Zodra een andere bedieningstoets wordt bediend, dan wordt de neutrale stand automatisch uitgeschakeld. De machinehydraulica gaat in de transportmodus.

Als een bedieningstoets tijdens de bediening wordt losgelaten, blokkeert het hydraulicablok. De machine blijft direct in de momentele positie staan.