Zaaischijfdruk in het rijspoor instellen

  1. Turbine inschakelen.
  2. Om de zaaischijfdruk naast de rijsporen op nul in te stellen:

    Zie bedieningshandleiding ISOBUS Zaaischijfdruk aanpassen.

VAKWERKPLAATS

OPMERKING
De zaaischijven in de rijsporen kunnen met een extra zaaischijfdruk worden belast. De extra zaaischijfdruk kan tussen 10 en 50 worden ingesteld.
Bij machines met zaaischijfverschuiving de extra zaaischijfdruk slechts zo ver verhogen dat de verschoven zaaischijven naast het rijspoor niet ingrijpen.
  1. Om de extra zaaischijfdruk in het rijspoor in te stellen:

    Zaaischijfdruk via de stelschroef 1 in de gewenste positie zetten.

De manometer 2 geeft de extra zaaischijfdruk in de tractorsporen aan.

Als de zaaischijfdruk naast de rijsporen wordt ingesteld, wordt de zaaischijfdruk in de rijsporen met de ingestelde waarde verhoogd.

  1. Om de instelling na een korte rijafstand te controleren:

    Zie Zaaidiepte controleren.