PreTeC-stoppelzaaischijf met het hijswerktuig demonteren

VOORWAARDEN

  • Tractor en machine zijn beveiligd

  • Vlakke en stevige halvloer

  • Arbeidstechnisch veilig hefwerktuig voor 250kg

  • Niet-betrokken personen uit de gevarenzone wegsturen

  • Machine opgetild

  1. Om te zorgen dat de zaaischijf gemakkelijker naar voren kantelt:

    het voorste lastopnamemiddel langer kiezen dan het achterste lastopnamemiddel.
  2. Lastopnamemiddel op zaaischijftopstang 2 bevestigen.
  3. 2 lastopnamemiddelen op zaaischijf 1 bevestigen.
  4. Schijfhouder ontlasten.
  1. Zaaischijfklemming 1 demonteren.
  1. Zaaischijf 1 optillen.
  2. Gekantelde zaaischijf van frame 2 losmaken.
  3. Om overige zaaischijven te demonteren:

    Stappen 1 tot 7 herhalen.

Wanneer alle niet benodigde zaaischijven zijn gedemonteerd, kunnen de resterende zaaischijven op de nieuwe positie worden gemonteerd.

  1. Om de overige zaaischijven voor het uitlijnen te demonteren:

    Stappen 1 tot 7 herhalen.
  2. Voor een permanent goede bevestiging van de zaaischijven:

    Frame en schijfhouders reinigen.
  3. Zaaischijf in de gewenste positie naar het frame bewegen.
  4. Zaaischijf neerlaten.

Voorste lastopnamemiddel is ontlast.

Achterste lastopnamemiddel is licht gespannen.

Kouterhouder is ontlast.

OPMERKING
Schijfklemming bij ontlasten kouterhouders aantrekken.
  1. Zorg ervoor dat de kouterhouder 2 parallel is uitgelijnd met het machineframe 3.
  2. Zorg ervoor dat alle glijlagers 1 tegen het machineframe aanliggen.
  3. Om de kouterhouder vast te zetten:

    Bouten 4 op de telescopeerbare zaaischijven vastdraaien met 160Nm minus 180°

of

Bouten op niet telescopeerbare zaaischijven vastdraaien met 200Nm.

BELANGRIJK
Beschadiging van het frame door losse zaaischijfklemming
Controleer na één bedrijfsuur de goede bevestiging van de schroeven.
  1. Hefwerktuig verder neerlaten.
  2. Lastopnamemiddel van zaaischijf losmaken.
  3. Hydraulische voeding aanpassen, Hydraulische voeding aanpassen.
  4. Energievoorziening aansluiten, Energievoorziening aansluiten.
  5. Voedingsslangen aansluiten op de kunstmestbak, Luchttoevoer en kunstmesttoevoer op de achterbak activeren.

of

Voedingsslangen op de verdeelkop aansluiten, Luchttoevoer en kunstmesttoevoer op de verdeelkop aansluiten.

  1. ISOBUS aan de tractor koppelen.
  2. Machine opnieuw starten.
  3. Om de veranderde werkbreedte in de bedieningsterminal in te voeren:

    Zie bedieningshandleiding ISOBUS-software > Geometrie vastleggen.