Basisinstelling van de bodemkleppen controleren

Interval

  • alle 500 Bedrijfsuren

    of

    elke 3 maanden

  1. Als de bak is gevuld,

    alle sluitschuiven sluiten.
  2. Doseerwielen leegmaken, zie hoofdstuk Bak en doseerunit leegmaken.
  3. Bodemklephendel 1 op de schaalwaarde 1 instellen.

De afstand A tussen de bodemklep en het doseerwiel mag tussen 0,1mm tot 0,5mm bedragen.

  1. Afstand tussen bodemklep en doseerwiel controleren.
  2. Als de afstand tussen de bodemklep en het doseerwiel niet in het bereik van afstand A ligt,

    dan de voorgeschreven afstand met schroef 2 instellen.