Werkdiepte zijplaten instellen

De zijplaat zorgt ervoor dat de bewerkte grond niet opzij wordt geworpen. De werkdiepte is instelbaar. De aardgeleider verhindert bovendien het ontsnappen van licht beweegbare aarde.

  1. Bouten 1 losdraaien.

Werkzaamheden

Werkdiepte

Na de ploeg

- Zijplaten glijden 1 tot 2 cm diep door de grond

Voor zaaien in stoppels met grote hoeveelheden organisch restmateriaal

+ Om ervoor te zorgen dat oogstresten de zijplaten kunnen passeren, monteert u deze iets hoger.

OPMERKING
De instelling van de werkdiepte moet aangepast worden aan de gebruiksomstandigheden. De optimale instelling kan alleen tijdens het gebruik op het veld worden bepaald.
  1. Om de zijplaat los te maken uit het rooster,

    zijplaat naar voren duwen.
  2. Zijplaat op de gewenste positie zetten.
  3. Zijplaat in het rooster schuiven.
  4. Bouten vastdraaien.
  5. Instelling overnemen voor de tegenoverliggende machinezijde.
  6. Om de instelling te controleren,

    30 m op werksnelheid zaaien en het werkbeeld controleren.

De aardgeleiders mogen niet te diep werken. De aardgeleiders mogen alleen de aardwal tussen de zijplaat en de nalopende wals egaliseren.

  1. Bouten losdraaien.
  2. Aardgeleider 2 op de gewenste positie zetten.
  3. Bouten vastdraaien.
  4. Instelling overnemen voor de tegenoverliggende machinezijde.
  5. Om de instelling te controleren,

    30 m op werksnelheid zaaien en het werkbeeld controleren.