Rijafstand tussen 60 en 42,9 cm instellen

VOORZICHTIG
Tussen machine-element en machine bevinden zich knel- en snijpunten.

Wanneer de machine-elementen in- of uitklappen,

nooit in het beknellingsgebied grijpen.
  1. Machine opheffen.
  2. Machine inschuiven.
  3. Veerclip 1 tussen de eerste en de tweede zaaischijf demonteren.
  4. Veerclip tussen de eerste en tweede zaaischijf in de gewenste positie zetten.
  5. Veerclip tussen de zesde en zevende zaaischijf in de gewenste positie zetten.
  1. Veerclip 1 tussen de tweede en de derde zaaischijf demonteren.
  2. Veerclip tussen de tweede en derde zaaischijf in de gewenste positie zetten.
  3. Tegenoverliggend de veerclip tussen de vijfde en zesde zaaischijf in de gewenste positie zetten.
  1. Veerclip 1 tussen de derde en de vierde zaaischijf demonteren.
  2. Veerclip tussen de derde en vierde zaaischijf in de gewenste positie zetten.
  3. Tegenoverliggend de veerclip tussen de vierde en vijfde zaaischijf in de gewenste positie zetten.
  1. Tot de machine-elementen de eindstand hebben bereikt,

    aan kabel trekken en tractorregeleenheid groen bedienen.

Als de machine-elementen de eindstand hebben bereikt, mogen de transportslangen naar de kunstmestkouters niet doorhangen.

  1. Indien de transportslangen doorhangen,

    kunstmestslangen fixeren.
  2. Zodra de machine-elementen de eindstand hebben bereikt,

    kabel loslaten en tractorregeleenheid groen in de neutrale stand zetten.