PreTeC-stoppelzaaischijf met het hijswerktuig monteren

VOORWAARDEN

  • Tractor en machine zijn beveiligd

  • Vlakke en stevige halvloer

  • Arbeidstechnisch veilig hefwerktuig voor 250kg

  • Niet-betrokken personen uit de gevarenzone wegsturen

  • Machine opgetild

Montage-advies

Ombouw

Hydraulisch zaaischijfdruksysteem

Mechanisch zaaischijfdruksysteem

Van 4 naar 6 rijen

Rij 2 en 5

Rij 2 en 5

Van 8 naar 12 rijen

Rij 3, 5, 8 en 10

Rij 2, 5, 8 en 11

OPMERKING
Afhankelijk van de uitgevoerde ombouw zijn nieuwe voedingsleidingen voor de luchttoevoer en/of kunstmesttoevoer nodig.
  1. Om een optimale slanginstallatie te waarborgen:

    Te monteren rijen in de bovenstaande tabel

of

Indien niet vermelde ombouwmogelijkheden nodig zijn:

Gewenste ombouwmogelijkheden laten controleren door een vakwerkplaats.
  1. Machine-elementen uitklappen.

Voordat de aanwezige zaaischijven naar de nieuwe rijafstand kunnen worden gemonteerd, moeten de voedingsleidingen voor de extra rijen worden losgekoppeld.

  1. Energievoorziening loskoppelen, Energievoorziening loskoppelen.
  2. Hydraulische voeding loskoppelen, Hydraulische voeding loskoppelen.
  3. Luchttoevoer en kunstmesttoevoer op de achterbak loskoppelen, Luchttoevoer en kunstmesttoevoer op de achterbak loskoppelen

of

Luchttoevoer en kunstmesttoevoer op de verdeelkop loskoppelen, Luchttoevoer en kunstmesttoevoer op de verdeelkop loskoppelen.

Voor extra zaaischijven gemonteerd kunnen worden, moeten de aanwezig zaaischijven op de nieuwe positie worden gemonteerd.

  1. Voor een permanent goede bevestiging van de zaaischijven:

    Frame en schijfhouders reinigen.
  2. Om te zorgen dat de zaaischijf gemakkelijker naar voren kantelt:

    Voorste lastopnamemiddel langer kiezen dan het achterste lastopnamemiddel.
  3. Lastopnamemiddel op zaaischijftopstang 2 bevestigen.
  4. 2 lastopnamemiddelen op zaaischijf 1 bevestigen.
  5. Om de schijfhouder te ontlasten:

    Zaaischijf voorzichtig optillen.
  1. Zaaischijfklemming 1 demonteren.
  2. Schijf van frame losmaken.
  1. Zaaischijf 1 in de gewenste positie naar het frame 2 bewegen.
  2. Zaaischijf neerlaten.

Voorste lastopnamemiddel is ontlast.

Achterste lastopnamemiddel is licht gespannen.

Kouterhouder is ontlast.

  1. Zorg ervoor dat de kouterhouder 2 parallel is uitgelijnd met het machineframe 3.
  2. Zorg ervoor dat alle glijlagers 1 tegen het machineframe aanliggen.
OPMERKING
Schijfklemming bij ontlasten kouterhouders aantrekken.
  1. Om de kouterhouder vast te zetten:

    Bouten 4 op de telescopeerbare zaaischijven vastdraaien met 160Nm minus 180°

of

Bouten op niet telescopeerbare zaaischijven vastdraaien met 200Nm.

BELANGRIJK
Beschadiging van het frame door losse zaaischijfklemming
Controleer na één bedrijfsuur de goede bevestiging van de schroeven.
  1. Hefwerktuig verder neerlaten.
  2. Lastopnamemiddel van zaaischijf losmaken.
  3. Om de extra zaaischijven te monteren:

    Stappen 13 tot 19 herhalen.
  4. Energievoorziening aansluiten, Energievoorziening aansluiten.
  5. Hydraulische voeding aansluiten, Hydraulische voeding aansluiten.
  6. Voedingsslangen aansluiten op de kunstmestbak, Luchttoevoer en kunstmesttoevoer op de achterbak activeren.

of

Luchttoevoer en kunstmesttoevoer aansluiten op de verdeelkop, Luchttoevoer en kunstmesttoevoer op de verdeelkop aansluiten.

  1. ISOBUS aan de tractor koppelen.
  2. Machine opnieuw starten.
  3. Om de veranderde werkbreedte in de bedieningsterminal in te voeren:

    Zie bedieningshandleiding ISOBUS-software > Geometrie vastleggen.