De dieptegeleidingsrollenhouders controleren en vervangen

Interval

  • op het einde van het seizoen

  1. De dieptegeleidingsrollenhouders controleren.
  2. Als de dieptegeleidingsrollenhouders 3mm tot 4mm diepe slijtplekken vertonen:

    De dieptegeleidingsrollenhouders als volgt van links naar rechts verwisselen

of

Als de dieptegeleidingsrollenhouders aan beide zijden 3mm tot 4mm diepe slijtplekken vertonen:

De dieptegeleidingsrollenhouders vervangen.

  1. Schroeven 3 aan beide dieptegeleidingsrollenhouders demonteren.
  2. Afstrijkers 4 aan beide dieptegeleidingsrollenhouders demonteren.
  3. Schroeven 1 en 5 demonteren.
  4. De dieptegeleidingsrollenhouders 2 en 6 van links naar rechts verwisselen.
  5. Schroeven aan beide dieptegeleidingsrollenhouders monteren.
  6. Afstrijkers aan beide dieptegeleidingsrollenhouders monteren.
  7. Dieptegeleidingsrollen-afstrijker instellen.