Veilig werken en veilige omgang met de machine

BELANGRIJK
Koppel de machine aan de tractor
Als de machine niet correct op de tractor wordt gekoppeld, ontstaan er gevaren die tot ernstige ongelukken kunnen leiden.
In de buurt van de koppelingspunten tussen tractor en machine bevinden zich punten waar u bekneld en gewond kunt raken.

Als u de machine aan de tractor koppelt of van de tractor loskoppelt,

wees dan bijzonder voorzichtig.
Koppel en transporteer de machine alleen met geschikte tractoren.

Wanneer de machine aan de tractor wordt gekoppeld,

moet u erop letten dat de koppelinrichting van de tractor past bij de eisen van de machine.
Koppel de machine op de voorgeschreven manier aan de tractor.
BELANGRIJK
Opstappen en afstappen
Door onvoorzichtig gedrag bij het opstappen en afstappen kunnen personen van de ladder vallen. Personen die niet via de normale klimhulp op de machine klimmen, kunnen uitglijden, vallen en zwaar gewond raken. Vuil en bedrijfsmiddelen kunnen voor een gladde ondergrond zorgen en de stabiliteit aantasten. Door het onvrijwillig bedienen van bedieningselementen kunnen functies onbedoeld worden geactiveerd, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
Gebruik alleen de passende klimhulpen.

Om een veilig bewegen en staan te garanderen:

Houd loopplanken en platforms altijd schoon en in goede staat.

Wanneer de machine beweegt:

Stap nooit op of van de machine.
Stap steeds met het gezicht naar de machine op en af.
Houd bij het opstappen en afstappen altijd op minimaal 3 punten contact met treden en leuningen: 2 handen en één voet of 2 voeten en één hand aan de machine.
Gebruik de bedieningselementen nooit als handvat bij het opstappen of afstappen.
Spring bij het afstappen nooit van de machine.
BELANGRIJK
Risico's bij het rijden op straat en op het veld
Aan een tractor aangebouwde of aangekoppelde machines en gewichten aan voor- of achterzijde beïnvloeden het rijgedrag, de stuureigenschappen en het remvermogen van de tractor. De rijeigenschappen zijn afhankelijk van de bedrijfstoestand, de vulling of lading en de ondergrond. Als de bestuurder geen rekening houdt met de veranderde rijeigenschappen, dan kan hij ongevallen veroorzaken.

Zorg steeds voor voldoende stuur- en remvermogen van de tractor.

De tractor moet de voorgeschreven remvertraging voor de combinatie van tractor en machine garanderen.

Controleer voor het rijden de werking van de remmen.

De vooras van de tractor moet altijd met minimaal 20% van het leeggewicht van de tractor worden belast om voldoende stuurvermogen te verzekeren.

Gebruik indien nodig frontgewichten.
Bevestig gewichten aan voor- of achterzijde altijd in overeenstemming met de voorschriften op de daartoe bestemde bevestigingspunten.
Bereken de toegestane nuttige last van de aangebouwde of aangehangen machine en houd deze aan.
Neem de toegelaten as- en steunlasten van de tractor in acht.
Houd de toegestane steunlast van de aanhanginrichting en de dissel aan.
Neem de toegelaten transportbreedte en transporthoogte van de machine in acht.
Neem een rijstijl in acht waarbij u de tractor met aan- of afgekoppelde machine op elk moment onder controle hebt. Houd daarbij rekening met uw persoonlijke vaardigheden, de wegomstandigheden, het verkeer, de zichtbaarheid, het weer, de rijeigenschappen van de tractor en de invloeden van de aangebouwde machine.
BELANGRIJK
Gevaar voor ongevallen bij rijden op de openbare weg door ongecontroleerde zijwaartse bewegingen van de machine
Borg de tractortrekstang voor het rijden op de openbare weg.
BELANGRIJK
Machine voorbereiden voor het rijden op straat
Als de machine niet correct wordt voorbereid voor het rijden op de openbare weg, dan kunnen zware ongevallen het gevolg zijn.
Controleer de verlichting en markering voor het rijden op straat op goede werking.
Verwijder grove verontreinigingen van de machine.
Gebruik het zwaailicht in overeenstemming met de nationale voorschriften.
Schakel de werkverlichting uit.
Vergrendel de tractorregeleenheden.
Volg de instructies in het hoofstuk "Machine voorbereiden voor het rijden op straat".
BELANGRIJK
Machine parkeren
De geparkeerde machine kan kantelen. Personen kunnen bekneld raken en gedood worden.
Plaats de machine alleen op een vlakke ondergrond met voldoende draagkracht.

Voordat u instelwerkzaamheden of reparatiewerkzaamheden uitvoert,

let u op de veilige stand van de machine. Ondersteun de machine in geval van twijfel.
Houd de instructies aan in het hoofdstuk machine parkeren.
BELANGRIJK
Parkeren zonder toezicht
Een onvoldoende beveiligde en zonder toezicht geparkeerde tractor en de aangekoppelde machine vormen een gevaar voor personen en spelende kinderen.

Voor u de machine verlaat,

schakelt u de tractor uit.
Beveilig tractor en machine.
BELANGRIJK
Bedieningscomputer of de bedieningsterminal tijdens het rijden op de openbare weg niet gebruiken
Als de bestuurder wordt afgeleid, kunnen ongevallen en ernstig tot dodelijk lichamelijk letsel het gevolg zijn.
Bedien de bedieningscomputer of de bedieningsterminal niet tijdens het rijden op de openbare weg.
BELANGRIJK
Tractor en machine beveiligen
Indien tractor en machine niet beveiligd zijn tegen ongewenst starten en wegrollen, kunnen de tractor en de machine zich ongecontroleerd in beweging zetten en personen aanrijden, verpletteren of doden.
Laat de opgetilde machine of machinedelen zakken.
Ontlast de druk in de hydraulische slangen met behulp van de bedieningselementen.

Als u onder de opgetilde machine of onder componenten moet staan,

beveilig dan de opgetilde machine en de componenten met behulp van een mechanische veiligheidssteun of een hydraulische afsluiter tegen het dalen.
Schakel de tractor uit.
Trek de parkeerrem van de tractor aan.
Verwijder de contactsleutel.