Hoogte van de bladbeschermingsschijven HSZ instellen
De instelling van de hoogte is afhankelijk van het groeistadium en de grootte van het gewas op het tijdstip van het schoffelen:
Bij jongere of kleine gewassen moeten de bladbeschermingsschijven zodanig worden ingesteld dat bij het schoffelen elke bladbeschermingsschijf contact met de grond heeft en door de grond wordt aangedreven.
Bij oudere of grotere gewassen moeten de bladbeschermingsschijven zodanig worden ingesteld, dat bij het schoffelen elke bladbeschermingsschijf ook contact met de bladeren van het gewas heeft en daardoor ook wordt aangedreven.
VOORZICHTIG
Om de bladbeschermingsschijf op te tillen:
stappen 2 tot 7 uitvoeren.- Machine met de driepuntslift op het veld neerlaten.
- Veerclip 1 uit de bladbeschermingsschijfdrager 4 trekken.
- Ketting 2 in de richting van het machineframe trekken en kettingschakel 3 losmaken van de bladbeschermingsschijfdrager.
- Bladbeschermingsschijf 1 met de ketting 2 optillen tot de bladbeschermingsschijf de juiste positie heeft.
- Ketting met de passende kettingschakel 2 op de bladbeschermingsschijfdrager 1 hangen.
- Ketting 4 weer met de veerclip 3 borgen.
VOORZICHTIG
Om de bladbeschermingsschijf neer te laten:
Stappen 2 tot 7 uitvoeren zoals beschreven, bij stap 5 de bladbeschermingsschijf echter neerlaten.- Op dezelfde manier de hoogte van alle bladbeschermingsschijven instellen.
